Gevloek op de parking van Grand Hotel Chavo in Osh. Nadat we een dag eerder bij ‘Zorro’ in Osh onze banden hebben laten vervangen (na samen 28.000 km te hebben gereden zonder een lekke band), staat mijn achterband plat. We zijn al uitgecheckt en helemaal opgezadeld wanneer ik dat euvel vaststel.
Dat leidt tot opperste verwarring in het hotel, waar we net handenwuivend zijn buiten gestevend en exact een halve minuut later weer binnen komen en een kamer vragen. Probeer ‘platten tuub’ maar eens uit te beelden in het Kirgiezisch.
Het is zondag, dus de bandengarage van onze Amerikaanse maat Jake is niet open. Frank belt toch eens met Jake en dat loont: die belooft zijn mecanicien te sturen voor een check up. Mocht het achterwiel er toch opnieuw uit moeten, dan is het voor morgen, maar misschien is het gewoon het ventiel dat lekt?
Bij de garage staat de man mij al op te wachten. Hij smeert een soort afwasmiddel aan de sjepap en zowaar: er komen bubbels op. Dus vervangt hij het ventieltje en blaast opnieuw lucht in de band. “Afwachten tot morgenvroeg”, gebaart hij.
En dus checken we opnieuw in het hotel in, cancelen de rit naar de bergen in het noorden en belonen onszelf met een rustdag.
Ik ga nog naar een opticien om een vijsje dat uit mijn leesbril is gevallen te laten vervangen (Waarom vijzen de fabrikanten dat er ALTIJD van onder naar boven in, in plaats van andersom?) en Frank gaat aan de slag met zijn filmmateriaal.
Torengebouw
Die avond dineren we in restaurant dat helemaal bovenop het hoogste gebouw in Osh ligt. Het probleem is om onderaan die kolos de lift te vinden die naar de ingang van het restaurant leidt. Een hulpvaardige dame loopt met ons het blokje om en toont ons waar het is. In een donker, onderaards hol wacht een tweede dame die ons verder naar de juiste plek verwijst. Mijn god, hoe kan je dit ooit alleen vinden? Boven aangekomen, moeten we nog een trap op en dan komen we aan … in de keuken van het restaurant. Daar gebaren ze dat we de hoek om moeten lopen en nu komen we écht in het horecagedeelte. Er valt nog een trap te bestijgen en die leidt ons naar een dakterras waar een tiental tafels staan opgesteld. Het panoramisch uitzicht is er wel mooi.
Bestellen
Een kelner wijst ons een tafel toe en laat wat later het menu aanrukken. Dat is in het Russisch, maar dat kunnen we al aardig lezen. Alleen weten we niet van alle vermelde gerechten wat erachter schuil gaat. Maar we wagen het erop. Onze bestelling loopt niet van een leien dakje: de kelner begrijpt er niks van. Plots loopt hij naar een andere tafel en plukt daar een gast weg. Dat blijkt een jonge Oezbeek te zijn die Engels spreekt omdat hij een jaar in de VS heeft gewoond. Hij vraagt ons vriendelijk met wat hij ons van dienst kan zijn. We willen de zalm die op het menu staat, maar helaas: geen zalm vandaag. Steak dan? Nee, ook geen steak. Staat wel op het menu, maar dat is gewoon om het wat indrukwekkender te maken. Oké, de kip dan maar. “Dat duurt wel anderhalf uur”, zegt onze bereidwillige tolk, enigszins bezorgd. Waarschijnlijk moeten ze nog een kiek gaan vangen, dus ook dat order wordt geannuleerd. Soep is er wel. Goed zo, Frank bestelt er een bord van. De kelder, die amper droog is achter de oren, kijkt alsof hij het in Dushanbe hoort donderen, maar hij noteert het toch maar.
Ik wijs gewoon naar een foto van een gerecht dat rundvlees belooft. Frank heeft zich bij het onvermijdelijke neergelegd en zegt gewoon: “Dwa.” Dat betekent ‘twee’ in het Russisch. Het gezicht van de kelner licht op, hij heeft het begrepen.
Potsierlijke kiosk
Terwijl we wachten op wat de keuken op ons bord zal toveren, bekijk ik de locatie. Dat is een combinatie van een joertkamp in de bergen van Kirgizië en een potsierlijke kiosk in art-nouveau-stijl. Op de vier hoeken van het dakterras staan evenveel enorme joerts opgesteld. Daarin kan je met een ruimer gezelschap apart eten, of een feest geven.
Dat alles wordt overkapt door een metalen paraplu waarvan de spanten behangen zijn met honderden rode kermislampen. Links en rechts steekt er een metalen schouwpijp bovenuit. De architect heeft zich duidelijk mogen uitleven. Het geheel wordt afgerond met een houten wenteltrap, die vanaf het midden van dit bouwsel de bezoeker nog tien meter hoger voert. Daar zou je door de ramen op het terras neer kunnen kijken, ware het niet dat die ramen zo vuil en vettig zijn dat er helemaal niets door te ontwaren valt.
Schapenallergie
Ha! Daar zijn bestellingen al. De soep zijn ze vergeten, maar de plat de résistance komt eraan. Die bestaat uit reepjes rundvlees, die rond een stukje schapenvet zijn gewikkeld. U moet weten, beste lezer, dat uw dienaar allergisch is aan schapen, sinds hij eens vijf weken op reportage was in Afghanistan en daar elke dag schaap at. Gebakken, geroosterd, gekookt, gegrild, gestoofd, … Als ontbijt, als lunch en als diner. En ook als vieruurtje. Na die Afghaanse culinaire ervaring breekt het koude zweet mij al uit als ik in de Kempen langs een schapenweide rijd. Ik kan sindsdien ’s nachts de slaap niet meer vatten, omdat ik geen schaapjes meer kan zien, laat staan ze één voor één tellen. U begrijpt, het is een ernstige pathologie. En dan dit: schapenvet met runderlapjes. Naast deze vreselijke combinatie drijven er frieten in … schapenvet.
Maar goed, daar arriveert de soep van Frank nu toch. In plaats van het bestelde bord linzensoep, serveert de breed glimlachende kelner hem paprikasoep. Omdat ik het schapenvetgerecht al lang terzijde heb geschoven, ga ik nu ook voor soep. Dat maakt de verwarring bij de kelner compleet. Nog meer soep? Hij noteert het halfslachtig. Maar een half uur later komt hij er toch mee aan.
Ondertussen heb ik een ware expeditie ondernomen bij het zoeken naar een toilet. Daarbij kom ik een verdieping lager uit bij een waterval, waar een verliefd stelletje in een schommelstoel zit. De vrouw kijkt mij verschrikt aan.
Uiteindelijk verlaten we tegen middernacht dit wonderlijke oord, maar niet naar nog een zoektocht naar de liftingang, die ons weer tot in de keuken brengt. Weer dat gebaar van ‘om de hoek’.
Dineren in Osh, dát is pas avontuur.
Van het machtige Pamir-gebergte naar de grote “koekkestad” !
De overgang kon niet drastischer zijn maar jullie hebben toch nog kunnen genieten van een extra avondje met etentje op panoramische hoogte. Men toverde rare, bij wijlen onverwachte spijzen … Maar in Antwàààrpe zeggen ze: “Eeite wat de pot schaft” 😋 …
Volgens de kaart bovenaan trekken jullie nu Kazakstan in … Eerder een vlakker deel van jullie reis. Ben benieuwd …
Groetjes en hou het veilig ✴✴✴
Obers, schaapjes, vieze ramen … STAAT UWEN BAND NOG HARD?
Je kan de spanning wel opdrijven!!
Wacht maar tot jullie in Mongolië zijn. Daar op het menu: het nationale gerecht, gehakt in een pannenkoek (Ik vermoed lamsgehakt), gebakken in olie, lekker vettig maar het laat zich eten. Bij de nomaden in de steppe het volgende gerecht: gekookte rijst met gekookt schapenvlees dat een hele dag staat te pruttelen op het vuur. Maar ik kan jullie zeggen dat het op dat moment wel smaakte, vermits we die dag kou hadden geleden.
De periode dat we met de motor in Mongolië hebben gereden was begin mei. En dan krijg je daar alle weertypes voorgeschoteld. Van koude tot warme temperaturen, wind, een sneeuwbui, en ook een zandstorm. Dit komt daar meer en meer voor, vermits de nomaden over de steppe trekken en de schapen het gras met wortel en al opeten. Het krijgt de kans niet om terug te groeien. Maar nu is men blijkbaar bezig om met de Koreanen samen te werken. Zij zouden bezig zijn om hier en daar bossen te planten om zo het optrekken van de woestijn tegen te gaan.
Ik kreeg de indruk dat Korea (maar ook Japan) om de een of andere reden een voet aan wal willen krijgen in Mongolië. Om een voorbeeld te geven: 90 procent van de wagens die in Mongolië rond rijden zijn Toyota’s, waarvan 70 procent van het type Prius. Ze staan wel voor op ons want het zijn bijna allemaal hybrides. (De stilste file op deze wereldbol vind je volgens mij in Ulaanbaatar). Dit terzijde.
Ik wens jullie in ieder geval nog veel plezier en het is tof om jullie avontuur te volgen.