Chingis Khaan stambeeld Ulaanbaatar

Waar de Tent van Dzjengis Khan ooit Stond

Nu ons werk in Bajanhongor erop zit, is het tijd om in de richting van ons eindpunt te reizen: Ulaanbaatar. Dat doen we via een tussenstop in Karakorum, waar we overnachten in een hostel dat ons is aangeraden door Jan, één van de lezers van onze blog. Goeie tip, merci Jan.

Onderweg is er weer van alles te zien, onder meer twee steppearenden (Aquila nipalensis), hoog in de lucht, en een monument als ode aan het paard. Wat een uitstekend idee: er staat een groep paarden opgesteld die uitkijken over de vlakte. Zonder ruiters, gewoon de paarden. Een eerbetoon aan een nobel dier dat de mens zoveel gaf. Voor de Mongolen van de steppe is een paard van levensbelang en ze dichten er vaak bepaalde magische krachten aan toe. Hier hebben ze de paarden passend geëerd.

Paardenmonument onderweg naar Ulaanbaatar


Ook 770 jaar geleden al Vlaams bezoek

Karakorum, of Kharkhorin, is de site waar de oude hoofdstad van het enorme Mongoolse Rijk was gevestigd. De constructie ervan werd bevolen door Dzjengis Khan (1162-1227) himself, maar werd voltooid door zijn (derde) zoon Ögedei Khan, die er zijn hoofdstad van maakte.

Op zijn hoogtepunt was Karakorum één van de meest multiculturele plaatsen in de wereld, en zijn locatie langs de karavaanwegen van de Zijderoute zorgde ervoor dat er reizigers langs kwamen uit alle windstreken. Daaronder de Vlaamse franciscaan Willem Van Rubroeck, die na zijn bezoek aan de stad in 1253 in zijn boek uitgebreid over de voor Europeanen vaak onbegrijpelijke gebruiken aan het hof van de grote Mongoolse Khan schrijft. Willem deed er twee jaar over om de 16.000 km te overbruggen die Rubroek (in het huidige Frans Vlaanderen) van Karakorum scheidden.

Karakorum voormalige site van de oude stad
Karakorum: voormalige site van de oude stad


Centraal gezag

In het Westen werden de Mongoolse veroveraars steevast afgebeeld als wilden. Bruten die je met plezier nog even het hoofd zouden afsnijden, alvorens ze zich aan een hartige maaltijd zouden zetten, maar dat is vaak propaganda. De Mongoolse ruiterscharen stelden de steden die ze onder de voet dreigden te lopen bijna altijd voor de keuze: zich overgeven en zich aansluiten bij het Mongoolse Rijk, of ten onder gaan. Wie dat aanbod in de wind sloeg, moest het bekopen en steevast op een gruwelijke manier. Ook dat was oorlogspropaganda: zie wat er gebeurt als je ons weerstreeft.

Maar de Mongolen verstonden als geen ander de kunst om een wereldrijk te regeren: ze beseften dat na militair machtsvertoon een centraal gezag dat wetten en regels uitvaardigde en die ook nauwlettend liet naleven, noodzakelijk was. Zulke aanpak kan alleen blijven duren als zo’n bestuur tolerant is en compromissen kan sluiten. En dat is precies wat de grote khans deden.

Eens het krijgsrumoer van Europa tot China verstomd was, daalde er over het enorme Mongoolse Rijk – dat zich uitstrekte vanaf de Donau tot aan de Chinese Zee – dan ook een grote rust neer die historici de Pax Mongolica noemen. Het gezegde ging dat je in het Rijk met een pot goud op je hoofd van Europa tot China kon lopen. Niemand die je een haar zou (durven) krenken. Het was van die periode dat onder meer Marco Polo, zijn vader en zijn oom gebruik maakten om naar China te reizen.

Kaart van het Mongools rijk rond de 13e eeuw
Kaart van het Mongools rijk rond de 13e eeuw


Multicultureel

In Karakorum, waar de grote tent stond waarin de khan huisde en gezanten van verre volkeren en beschavingen ontving, waren er districten voor Mongolen, Chinezen en Perzen en er was tolerantie voor religieuze denkbeelden van boeddhisten, moslims, christenen en taoïsten. Heidenen, christenen, moslims en boeddhisten leefden er naast elkaar. Dat kon toen nog. U ziet: de Mongolen waren hun tijd ver vooruit.

Het verval van Karakorum begon toen de kleinzoon van Dzjengis Khan, Koeblai Khan (de man voor wie Marco Polo jarenlang werkte), de hoofdstad verplaatste naar het huidige Beijing. Karakorum ging ten onder in 1380, toen het volledig werd verwoest, door de Chinese troepen van de  Ming-dynastie.

Monnik in het klooster van het oude Karakorum
Monnik leest het nieuwe boek van Marc Helsen in het klooster van Karakorum


Applaus voor de Ténéré 700

Na dit stukje wereldgeschiedenis is het dan plots tijd voor onze laatste motorrit. Vanuit Karakorum moeten we nog 365 km rijden tot Ulaanbaatar en de weergoden schenken ons schitterend weer voor onze ultieme tocht door dit deel van Mongolië. Vanuit het plateau van de Gobi zijn we ondertussen duizend meter afgedaald en waar we eergisteren nog alle beschikbare thermisch ondergoed moesten aandoen, verwarmt het herfstzonnetje ons nu genoeg om te rijden zonder kou te lijden. De handverwarming kan weer af.

Moto's afleveren voor transport


Onze Yamaha’s grollen en brommen weer zonder klagen. Net als de paarden die we onderweg hebben gezien, verdienen ze een monument. Zonder één panne onderweg hebben we allebei bijna 20.000 km gereden. De Ténérés hebben bewezen dat het motoren zijn waarmee je probleemloos de halve wereld kan rondreizen. Dat ze hebben afgezien is zeker: op de van diepe putten vergeven wegen in de gloeiende hitte van de steppe in Kazachstan en Oezbekistan, in de Pamir evenzeer. Nooit een klacht moeten noteren. 

Daaraan zit ik te denken als de afstand tot Ulaanbaatar korter wordt. Bij onze lunchstop in een baanrestaurantje geef ik een zakje ballonnen weg aan een klein jongetje en zijn oudere, wat timide zusje. Wanneer we terug vertrekken komt het meisje naar me toe en geeft me een opgevouwen papiertje. Daarop heeft ze twee mannetjes getekend en erbij geschreven: ‘Thank you’. Mongolië op zijn best.

Zeer mooie tekening van uw dienaar, met haar!
Zeer mooie tekening van Uw Dienaar, met haar!


Maar als we op zo’n 100 km van de hoofdstad een laatste pitstop maken bij een gloednieuw en door de Zuid-Koreanen gefinancierd restaurant/tankstation, is de magie van de steppe weg: alles functioneert er prima, de koffie is er geweldig en er zijn weer toeristen, maar we hebben het Mongolië zoals we het in onze herinnering zullen koesteren achter ons gelaten. 

Amper twee uur later rijden we Ulaanbaatar binnen. Het is op een zondag, dus de eeuwige files waarvoor de hoofdstad berucht is, zijn wat minder, maar toch. In de binnenstad heeft Frank een prima appartement uitgekozen dat we huren, niet zo ver van de plek waar we de motoren zullen afleveren. Dat is bij Mongolian Express, de maatschappij die voor het transport van onze Ténérés terug naar België zorgt.

De volgende ochtend rijden we ons laatste ritje van deze onvergetelijke reis: naar de shipping company. Daar vijst Frank de voorwielen uit onze motoren, ontkoppelt de batterij en wat later verdwijnen ze in een houten kist. Die gaat straks op transport met de vrachtwagen door Rusland. Aan de Poolse grens worden onze werkpaarden straks overgeladen op een Poolse truck (omdat de Russische oorlogsstokers de Unie niet meer binnen mogen) en daarna zullen ze naar België worden gebracht. Duurde het transport voor de oorlog amper twee weken, nu zijn het er vier.

Om alles in goede banen te leiden moeten we eerst naar een Mongoolse notaris. Die trekt op haar kantoor haar netjes geëpileerde wenkbrauwen op en zegt: “Hoe oud bent u?” Na het antwoord schudt ze het hoofd en stelt vast: “Mongoolse mannen zijn al dood of versleten op die leeftijd!”, doelend op mijn motoravonturen voor bejaarden. (Nvdr: zeer uitgesproken doelend op MHH.)

Benieuwd of dat ooit terug in mekaar geraakt zonder de Remy??
Benieuwd of dat ooit terug in mekaar raakt zonder de hulp van Jef H of Remy H?


Nog erger

In Ulaanbaatar doen we alles verder te voet, want de files aan de rand van het oude stadscentrum zijn hier zodanig dat er geen doorkomen aan is. De overheid probeert er wat aan te doen door oneven nummerplaten de ene dag te verbieden om te rijden en even nummerplaten te andere. Maar ze hebben de bewoners van de stad onderschat: “Veel mensen hebben nu gewoon twee auto’s”, zegt Gonnie, de man die onze motoren voorbereidt voor de verzending naar huis. “Op die manier hebben ze het eigenlijk nog erger gemaakt.”

Het overgrote deel van de auto’s die je in Mongolië ziet rondrijden is een hybride Toyota Prius. Allemaal met het stuur aan de rechterkant, wat betekent dat ze tweedehands uit Japan zijn ingevoerd. Ze kosten hier zo’n 10.000 euro, wat nog net betaalbaar is voor de Mongoolse bestuurders. “Ze zijn goed, licht, hebben een grote koffer en we kunnen ze opladen. Dat is ook goed voor de luchtkwaliteit”, zo horen we in Ulaanbaatar. Op die manier zorgen ze voor de stilste files ter wereld.


Mijnbouw

Vijf jaar geleden was ik nog eens in Ulaanbaatar, maar vandaag zie ik overal nieuwbouw. Er zijn in de stadsdelen ten zuiden van het centrale Sukhbataarplein vooral veel torengebouwen bijgekomen, maar ook het aantal leuke restaurants en cafés in het oude stadscentrum is geëxplodeerd.

Investeringen voor de hoogbouw komen van de mijnindustrie. De mijn van Oyu Tolgoi in de zuidelijke Gobi bevat één van de grootste koper- en goudreserves ter wereld. In 2022 werd er met de ondergrondse operaties begonnen. De productie startte vanaf halfweg 2023. Het mijngebied is eigendom van de Mongoolse overheid (34 procent) en mijnbedrijf Rio Tinto (66 procent), die ook de uitbating van de mijnen verzorgt. Er wordt verwacht dat Oyu Tolgoi per jaar 500.000 ton koper zal produceren. Dat is genoeg om 1.580 windturbines per dag te bouwen en 16.400 elektrische auto’s per dag van een batterij te voorzien (cijfers: Rio Tinto).

Dat daar een fortuin gaat worden verdiend, leidt geen twijfel. Benieuwd hoeveel daarvan bij de gewone mens terechtkomt. 

Sukhbaatar plein Ulaanbaatar
Sukhbaatar plein Ulaanbaatar


Dzud

Er wordt één van de volgende dagen sneeuw verwacht in Ulaanbaatar, de winter komt eraan: de datum van 1 oktober is daarbij maatgevend. Vanaf dan zal de hoofdstad weer een half jaar lang onder een permanente smog verdwijnen. Dat komt grotendeels omdat Ulaanbaatar in een soort dal ligt, omringd door heuvels, en in de winter een eindeloze stroom van plattelandsbewoners opvangt. Zij ruilen het harde leven in de bergen of de steppe in voor de stad en beginnen dan in hun gers aan de stadsrand te stoken met kolen. Dat is het enige wat ze zich kunnen veroorloven. En vaak zelfs dat niet.

“Ze stoken dan gewoon alles wat ze vinden op”, zegt Gonnie, “van autobanden tot plastic. Als het maar brandt en warmte afgeeft.”

Ulaanbaatar is dan ook de op één na meest vervuilde stad ter wereld. Alleen in Ahvaz in Irak is het blijkbaar nog erger. In Ulaanbaatar is de luchtkwaliteit in de winter nu vijf maal slechter dan in Beijing, een stad die berucht is om zijn eeuwige smog.

De plattelandsvlucht maakte dat het aantal inwoners in Ulaanbaatar in twintig jaar meer dan verdubbelde tot 1,7 miljoen. Hoe komt dat? Wel, een grote aanzet wordt geleverd door strenge winters, waarbij de temperatuur soms maanden onder de minus 40 graden Celsius blijft. Dan vriest het vee massaal dood. Zo’n gruwelijke winter is het gevolg van een klimaatfenomeen waarbij een uitzonderlijk droge zomer wordt gevolgd door een ijskoude winter. In Mongolië noemen ze dat een dzud

In de winter van 2009-2010 stierven minstens 8,5 miljoen dieren door kou en gebrek aan voeder. Dan rest de steppebewoners niets anders dan de levenswijze op te geven die hun voorouders eeuwenlang beleden. De veestapel is nu weer fors gegroeid, met overbegrazing als gevolg: dat konden we zelf vaststellen bij onze arendjager/boer Baybolat in West-Mongolië.

“Vaak zie je mensen in de steppe hun dieren verkopen en met hun laatste geld een tweedehandsauto kopen, om dan hier in Ulaanbaatar taxi te spelen”, zegt Gonnie. “Op die manier vergroten ze het fileprobleem alleen maar en bovendien zijn ze waardeloos, want ze kennen de weg in de stad niet.”

Ik vind de evolutie van deze stad verbijsterend. Toen ik 25 jaar voor het eerst de stad bezocht, waren er amper 750.000 inwoners. Je kon toen op een uurtje de stad uitwandelen. Nu leeft de helft van de Mongoolse bevolking (3,5 miljoen) er. Kan je nagaan hoe leeg Mongolië (vijftig maal zo groot als België) voor de rest is. 

De buitenwijken van de stad bestaan vandaag uit hele tentensteden, echt ger-wijken, waar geen kraantjeswater en riolering is. Toch zijn het geen bidonvilles. Dat komt omdat iedereen in Mongolië gerechtigd is om zich een stukje grond (max. 7 are) toe te eigenen en dat later, als hij of zij er woont, te laten registreren. Dat staat zo in de grondwet.


Thuisgevoel

Niettemin is Ulaanbaatar op een zonnige dag aangenaam om in rond te wandelen. Er zijn wel een paar nieuwe spelregels in acht te nemen. In heel Centraal-Azië zijn we het gewoon geraakt dat automobilisten stoppen zodra je nog maar aanstalten maakt om een zebrapad te benaderen. Maar in Mongolië doen ze daar niet aan mee: hier rijden ze desnoods je broek uit op het zebrapad. Dat geeft ons een geruststellend gevoel, het lijkt wel of we al in België zijn en het is een goede oefening voor straks, wanneer we weer thuis zijn.

Maar verder gaat het er overal vriendelijk aan toe. Niemand rijdt te hard en tout court lijkt niemand gehaast. 

Ik bezoek het voortreffelijke National Museum of Mongolia. Daar zie je tunieken hangen van de Mongoolse krijgers waarmee de ruiters van Dzjengis Khan de wereld veroverden. 

Mongoolse krijger


Er is ook een brief van paus Innocentius IV aan Güyük Khan. In het Latijn en het Perzisch. De brief draagt als datum 11 november 1246. U moet weten: in die tijd werd er druk gecorrespondeerd tussen Rome en de koningshoven van Europa en het Mongoolse hof. In zijn schitterende boek ‘The Silk Roads’ schrijft de Britse specialist in Oosterse geschiedenis Peter Frankopan: “Tussen 1243 en 1253 werden door paus Innocentius IV niet minder dan vier ambassades naar Mongolië gezonden, in een poging de Mongolen, die ondertussen een wereldrijk bijeen gesabeld hadden, beter te leren kennen en begrijpen. En vooral te weten te komen of ze nog eens terug zouden komen richting Europa, zoals ze in 1241 hadden gedaan en ze tot aan de Donau stonden. Heel Europa deed het in zijn broek toen de Mongoolse oorlogsmachine op onze gewesten afrolde. Tot ze hun paarden plotseling omkeerden en weer naar de steppen terugkeerden, omdat hun grote khan Ögedei was gestorven en ze naar de begrafenis moesten. En ook omdat de rest van Europa hen niet interesseerde. Het vizier stond op China.

Ook de Franse koning Lodewijk IX stuurde een missie op weg. Willem Van Rubroeck maakte daarvan deel uit. De paus zelf vroeg de Mongoolse khan in een brief om zich te bekeren tot het christendom. In het verre Mongolië moesten ze daar eens hartelijk om lachen.

vlnr Ugudeï Khaan, Chinggis Khaan, Khubilai Khaan
Vlnr Ögedei Khan, Dzjengis Khan, Koeblai Khan


Dino’s

Om mijn bezoek aan Ulaanbaatar af te ronden ga ik de volgende dag ook nog eens op bezoek in het Museum of National History. Daar hebben ze dinosaurusskeletten. Want in Mongolië graven ze de ene na de andere op, vooral in de Gobi. Zo ook de vreeswekkende Tarbosaurus bataar die hier staat te blinken. Hij was bij leven vier meter groot, drie ton zwaar en tien tot twaalf meter lang. Het was een vleeseter die je een neefje van de Tyrannosaurus rex zou kunnen noemen. Hij werd in 1955 opgegraven in de Gobi en de paleontologen die hem boven haalden, noemde hem eerst Tyrannosaurus bataar, naar zijn evenbeeld dat tot 65 miljoen jaar geleden in het huidige Noord-Amerika leefde. Maar daarna kreeg hij zijn huidige naam, omdat men duidelijk wilde maken dat het hier om een andere soort dino gaat.

De Tarbosaurus bataar haalde daarna, in 2012, nog een het wereldnieuws toen het skelet in Texas werd verkocht voor meer dan een miljoen dollar. Maar de Mongolen lieten weten dat de vondst illegaal uit Mongolië werd gesmokkeld en eisten dat het werd teruggegeven. Een rechter in de VS gaf hen gelijk. Veel dank, juge, daarom kan ik er nu in Ulaanbaatar naar gaan kijken.

De Tarbosaurus bataar
De Tarbosaurus bataar


Home

En zo vallen de dagen in Ulaanbaatar van de kalender als herfstbladeren van de bomen. We hebben hier niet veel meer te doen en ik kan hier niet eeuwig musea blijven bezoeken. Opeens begin ik af te tellen naar de datum van onze thuiskomst. Ik weet dat het bij Frank net hetzelfde is.

Voorbij zijn onze dagen op de Zijderoutes, onze ontmoetingen met Albanezen, Turken, Georgiërs, Tsjetsjenen, Russen, Kazachen, Oezbeken, Tadzjieken, Kirgiezen en Mongolen. Hun verhalen over hun leven, bezorgdheden en bezigheden zijn nu nog slechts kostbare herinneringen, die onze tocht over de Zijderoute kleur geven. Voorbij de ritten door de hoge bergen, de eindeloze vergezichten en de magische wolkenformaties die eeuwig over de steppe zeilen.

Het is tijd om naar huis te gaan. Er speelt al een tijdje een Iers liedje in mijn hoofd, dat meer en meer aan aantrekkingskracht wint:

And it’s home boys, home
Home I’d like to be
Home for a while
In the old coun-try
Where the oak and the ash and the bonny rowan tree
Are all a-growing green in the old country

Bye bye love
Bye bye happiness
Hello loneliness
I think I'ma gonna cry
Bye bye love, Bye bye happiness, Hello loneliness, I think I’m gonna cry …


Beste lezer,

Bedankt voor uw interesse in de voorlaatste blogpost van deze reeks.
De allerlaatste verschijnt zondagochtend 1 oktober.
Mis ook die niet! 😉


11 gedachten over “Waar de Tent van Dzjengis Khan ooit Stond”

  1. Reizen door een boeiend stuk van de wereld terwijl je 6 weken moet uitzitten met een gebroken voet: heerlijk was dat!
    Dank jullie wel voor de schone verstrooiing!
    (We waren ik juni samen ergens in Albanië …).

  2. Félix en Greet

    Ontelbare en schitterende herinneringen die jullie via het prachtige beeldmateriaal van Frank opnieuw kunnen bekijken, om dan terug te denken aan die fantastische TOP-reis die jullie gemaakt hebben. Velen dromen ervan om dit te ondernemen. Jullie hebben dé tijd van jullie leven gehad.
    Nu wordt het stevig afkicken …
    De avonturiers uit La douce France genoten met volle teugen van jullie verhalen en beeldmateriaal!

  3. Wim Van Akoleyen

    Van De Zalm naar den Druyts …
    Nog eens nen dikke merci om ons een beetje mee te nemen op jullie reis!
    We hebben ervan genoten!
    En van den Druyts naar Nodderweik is goed te doen te voet, m’n nief Meindls gelijk ingestapt. 😉
    Sloppel en tot de volgende! 😊

  4. Topreis mannen! Benieuwd naar je nieuwe boek Marc. We kwamen mekaar in juli nog tegen in Georgië op een terras. Groeten, Vincent

  5. Geeft een andere dimensie aan de uitdrukking “een tripje gaan maken” ! Graaf !

  6. Fam.Schelfthout

    Het “Khan-familieverhaal” … een mooie afsluiter in oosterse geschiedenis.
    Ook het dagelijks leven in Ulaanbaatar is weer op Marcs typische manier weergegeven.

    Maar voor jullie twee zielsverwanten wordt het langzaam tijd om de steven te wenden naar het westen: de thuishaven en de mensen die deel uitmaken van jullie leven.
    Bedankt, Marc en Frank *.*.*.*.* ❤❤❤ voor de fantastische verhalen, de prachtige foto’s, de plezante “youtuberkes” … Al dat is meer dan 5 sterren waard!

    Het beloofde boek hoop ik ook te pakken te krijgen. 😊

    Ik wens jullie van harte een veilige vlucht en stuur een dikke knuffel van een oma die het reizen (al is het dan in gedachten) nog steeds niet kan laten.
    Van de Antwerpse Polders de groeten aan Hèrrtals

  7. Hugo Bouwen

    Het was aangenaam te lezen de belevenissen van die twee
    stoere kerels.

    1. Dat haar op die tekening is er overduidelijk later aan toegevoegd 😉 Behouden terugreis!

  8. Welkom thuis gasten !! …
    Meer kan ik er niet op zeggen.
    Hoed af ! 🙂

  9. Met veel plezier, de tip over het hostel in Kharakorin. Mongolië is een land om ettelijke keren terug naar toe te gaan. Altijd iets anders te ontdekken. En het gevoel van los van de wereld te zijn. De eindeloze steppe, rivieren die erdoor kronkelen, je voelt je nietig daar. Ik heb met veel plezier jullie avonturen gevolgd maar was vooral benieuwd naar jullie tijd in Mongolië. Het is een prachtig land. Ik wens jullie een veilige terug reis.

Reacties zijn gesloten.

Scroll naar boven