Alleen al aan de naam kan je horen dat dit een verafgelegen plek is: Ongoeday. Dan weet je dat je niet meer in Russisch invloedsgebied bent, maar terug bij onze vrienden, de Kazachen.
Dat blijkt ook zo: na een hele dag bochten pakken over een vlekkeloze asfaltweg in de Russische Altai, arriveren we met slecht weer in Ongoeday. Hier zijn de Europese aangezichten weer verdwenen en zijn de oosterse gezichten van de Kazachen en van de Altai, de oorspronkelijke bewoners van dit berggebied, terug. Ongoeday ademt, zeker bij regenweer, een end of the world feeling uit. In een brede vallei spreidt het stadje zich uit. Restaurants zijn er niet, niet eens een bar! Het eindigt ermee dat we in de onvermijdelijke supermarkt eten kopen en dat warm maken in de microgolfoven van het onovertrefbare hotel Lidya, de Hilton van Ongoeday: 15 euro voor een kamer. IJskast op de gang (voor bier), microgolfoven, borden en kopjes incluis. Waarom gaat iedereen toch altijd naar Oostenrijk?
Oertijd
Onze laatste dagen in Rusland spenderen we in de Altai. Het landschap doet denken aan de Canadese Rocky Mountains, en bij momenten ook aan Alaska. Hier en daar staan er een paar hutten bij elkaar en mensen verkopen naast de weg appelen en pompoenen.
Op zeker moment stoppen we aan een plaats waar petrogliefen in de rotsen te zien zijn. Die zijn duizenden jaren geleden ingekerfd door mensen die in deze brede, door gletsjers uitgeschuurde valleien leefden en er hun begraafplaatsen hadden. In de aanloop naar de rotsen, waarop de tekeningen van onder meer herten en ibexen zijn uitgebeiteld, loop je voorbij een stellae, een rechtopstaande grafsteen zeg maar, met daarop het intrigerende gezicht van een man.
Afhankelijk van wat de afbeeldingen op de rotsen weergeven, kunnen deze petrogliefen dateren van 11.000 tot 6.000 voor Christus. Toen waren de ijstijden ten einde en was het gebied hier grotendeels bebost en de valleien vormden een ideaal terrein voor jagers op groot wild. In dit geval zijn ze oeroud, want er staan alleen dieren op en geen mannetjes die dieren hoeden of berijden (paarden of kamelen). Want die laatste zijn de meest recente.
Onder een herfstzonnetje is het echt plezierig rijden door de bergen in de richting van Kosj-Agatsj. Dat is het laatste grote dorp voor de grens met Mongolië. We houden er twee dagen halt om alles in gereedheid te brengen voor de grensoversteek en onze verkenning van het laatste land dat we op deze tocht zullen bezoeken.
Stoemp
Kosj-Agatsj ziet eruit als een oord waar Christus nog niet is geweest. Er staat dan ook een moskee naast het restaurant waar we bij valavond binnen stappen. Het eten is er niet alleen halal, maar ook zo slecht dat ik het laat staan. Soep met vetogen en zuur vlees en rijst met wortelen. Frank heeft al gedroomd van spinaziestoemp met chipolataworstjes en bij god, sinds hij dat heeft bekend, krijg ik dat beeld en de geur ervan ook niet meer uit mijn kop.
Kosj-Agatsj ligt aan de voet van de Altai. De hoge bergen zijn we uit en de grens met Mongolië ligt 50 km verderop.
Het spannendste dat je in Kosj-Agatsj kan doen is naar de supermarkt gaan, dat soort dorp. Je ziet aan alles dat het geregelde leven hier eindigt. De huizen zijn blokhutten, of scheef in elkaar gezette constructies met aluminium daken en isolatie tegen de buitenmuren. Tientallen zwarte wouwen patrouilleren voortdurend over de gammele huizen in een hoop een muis te kunnen vangen. Langs de hoofdweg zijn er benzinestations en is er verlichting, maar verderop in het dorp zijn de elektriciteitspalen van hout en hebben ze nog porseleinen potjes als isolatoren. Van het soort dat uw dienaar zestig jaar geleden met zijn mik aan diggelen schoot op de houten palen van de landwegen langs de bossen en velden van zijn Kempense geboorteplaats. (Dat misdrijf zal wel verjaard zijn, zeker?). Maar hier zijn ze dus nog volop in bedrijf.
De temperaturen beginnen hier ‘s nachts met het vriespunt te flirten. Overdag warmt het herfstzonnetje alles terug op tot 15 of 16 graden.
We kijken onze motoren nog eens na – 17.000 km op de teller al – en maken ons klaar om morgenvroeg de grens te passeren. Aan de overkant ligt het wilde westen van Mongolië.
* * *
Teaser voor ons Volgend Avontuur:
17000 km … Hoed af!
Bijna aan het einde van een uitdagende en leerrijke reis richting zonsopgang en nu aan de poorten van het door ons onbekende Mongolië. Hoe moeten reizigers zich destijds zonder de moderne navigatiemiddelen gevoeld hebben bij het zicht op deze eindeloze vlakte?
Ook de abrupte overgang van levenswijze van de verschillende volkeren bij het overschrijden van de landsgrenzen is heel frappant.
Zelfs “in the middle of nowhere” vonden jullie sporen van menselijke aanwezigheid duizenden jaren geleden. Maar nooit is de evolutie in zulk ijltempo vooruit gegaan als de laatste 200 jaar. De sporen die wij achterlaten zullen door onze nazaten niet zo in dank afgenomen worden om ze als werelderfgoed te bewaren.
Nu nog een laatste uitdaging … het paard, de arend en de ruiter. Ik hoop van harte dat die ultieme droom van twee toffe mensen in vervulling gaat en kijk opnieuw uit naar het vervolg van jullie avontuur.
Groetjes 🙂 en hou hert veilig 👍
Ja, da met de mik weet ik nog. De Lu was pertang de kampijoen. Ik was nog te klein, maar raakte TOCH af en toe de paal. En ene keer een prijsduif van de gebuur … oeioeioei …
Den Hilton in ongoeday heeft tenminste een groene waterdoorlatende parking. Hun tijd ver vooruit. 😁