In Wolgograd nemen we afscheid van Alexander en Elena, die ons zo voortreffelijk door de Kaukasus hebben geloodst. Wolgograd is voor ons een keerpunt in de reis: vanaf nu rijden we duizenden kilometers naar het oosten.
De stad uitrijden is een belevenis: Wolgograd strekt zich over 85 km uit langs de oevers van de Wolga, voornamelijk de rechteroever. Een beetje zoals Antwerpen. Maar hier hebben ze tenminste wél een brug over de rivier. Het is er maar één, plus een passage over een enorme stuwdam, die we gebruiken om de stad te verlaten richting Astrachan, dicht bij de delta van de rivier aan de Kaspische Zee. De Wolga is in Wolgograd bijna 1,5 km breed en je kan er aan een strandje liggen en zwemmen, zoals ook wij ook gedaan hebben. Met een ijskoud biertje.
Astrachan
Onderweg naar Astrachan kunnen we voor het eerst de hitte voelen die de volgende dagen – in Kazachstan – alleen maar erger zal worden. Maar dat deert ons amper wanneer we na een lange en verwarrende rit, waarbij we elkaar tot tweemaal toe kwijtspelen, Astrachan binnen rijden. In het zachte avondlicht roept Astrachan herinneringen op aan foto’s van het Nice van de jaren vijftig. Met mooi gerestaureerde belle-époquehuizen, lange en schaduwrijke boulevards, een ommuurd kremlin (het historisch hart van menig Russische stad) met een grote kathedraal er middenin, een promenade om jaloers op te zijn, riviercruises, en een stel voortreffelijke restaurants en cafés. Frank en uw dienaar eten er in een werkelijk uitstekend Italiaans restaurant. De sfeer is er heel Europees, maar véél minder gehaast. De service is er prima, en in het Engels. Ik zweer het je: mocht er vanuit Brussel een rechtstreekse vlucht naar Astrachan zijn, ik kwam hier om de paar jaar een weekje op vakantie.
Wat nog opvalt in Rusland is hoe proper het land is. Van Tsjetsjenië over Kalmukkië tot in Wolgograd en Astrachan zien we geen papiertje of sigarettenpeuk op straat liggen, laat staan plastic of lege flessen.
Buitenlands toerisme zou hier dus big business kunnen zijn, ware er niet Covid geweest en nu de oorlog. Europeanen en Amerikanen laten Rusland links liggen. In Wolgograd, waar ze jarenlang internationaal toerisme hadden, zijn de menukaarten in een ‘Duits bierhuis’, met grote koperen brouwketels, voortaan alleen nog in het Russisch. Tot over een paar jaar, de periode vóór Covid, waren ze ook in het Engels of Duits. Maar dat hoeft nu niet meer. “Er komen geen westerse toeristen meer”, zegt de aardige, vrouwelijke kelner.
Kredietkaart
In Astrachan zijn we aan het einde van onze Ruslandreis gekomen. Dit deel van Rusland heeft ons veel opzienbarende dingen laten zien. En de Russen hebben ons met voorkomendheid en in vriendschap ontvangen, zeker in de afgelegen regio’s in de Kaukasus, waar al die etnische bevolkingsgroepen hun eigenheid hebben bewaard, ondanks hun vaak turbulente geschiedenis en aanvaringen met Moskou. Stel dus nooit een regime gelijk met de bevolking.
Reizen in Rusland is ook nu nog vrij makkelijk. Je kan wel geen kredietkaart uit de VS of Europa gebruiken, maar hey, dan open je gewoon een lopende rekening bij een Russische bank. Dat is heel eenvoudig: je wisselt bij een bank Amerikaanse dollars in roebels, en die roebels zet je dan op een Russische rekening. Op simpel verzoek krijg je er dan een Russische kredietkaart bij. Die truc leren we van een Franse motard die we hier tegenkomen. Hij heeft in Canada gewoond, maar werkt en woont nu in Noorwegen. Hij is een kleurrijke kerel, die soms in tankstations naast zijn vintage Harley Davidson slaapt op een slaapmatje. We drinken een glas met hem in Astrachan en bezorgen hem onderdak in ons gehuurd appartementje daar. Die avond raakt hij op een terras in de kroeg in gesprek met een Rus en dat blijkt een buurman te zijn. De Rus woont in Moermansk, terwijl motard Loïc vijftig kilometer verderop, over de grens in Noorwegen, bulldozer-bestuurder is. Loïc is een grote Poetin-liefhebber en vindt overal argumenten om de oorlog in Oekraïne te verrechtvaardigen. De internationale pers vindt hij een stel leugenaars. Maar verder vertoont hij op het eerste gezicht geen andere zichtbare mankementen.
Belgisch voetbal
Vanaf Astrachan rijden we naar de grens met Kazachstan. Zoals gewoonlijk laat iedereen ons weer voorsteken en de Russen handelen de zaak bij hun landsgrens snel af. Aan de Kazachse kant worden we door de politie verwelkomd. Het gaat er goed vooruit en de grenspolitie waarschuwt ons na de formaliteiten voor de slechte weg die er nu voor de volgende paar honderden kilometers aankomt. Met een handdruk van de politie komen we het land binnen. Aan de andere kant van de grens wisselen we geld bij een vrouw met een hoofddoek en regelen we een verzekering voor onze motoren. Dat gebeurt in een barak waar vier man zitten te kaarten. Ze zijn heel vriendelijk en als ze horen dat we uit België komen gaat het onmiddellijk over voetbal: “Lukaku!”
Dat we in een ander land zijn, merken we al na twintig km, wanneer we naast de weg een kudde bactrische kamelen tegenkomen. Het genot van asfalt duurt amper 70 km. Dan verandert de weg in een ruwe gravel road met putten en stukken weg die eruit zien als golfplaten. En zo ook aanvoelen als je erover rijdt. Er verschijnt een aanduiding op de gps: eerste afslag na 236 km. Urenlang rijden we zo door niemandsland, vaak vrachtwagens voorbijstekend die tergend traag over de pokdalige weg voortkruipen en hem alsmaar slechter maken.
Bij Annie
Om de zowat 100 km is er een truckrestaurantje, waar je kan stoppen voor een kop thee of koffie en een bord soep of een stuk keihard gebak. Eén ervan heet Y’AMAHA en natuurlijk knijpen we daar onze remmen dicht. Blijkt dat Y’amaha gewoon ‘Bij Annie’ betekent, en niks te maken heeft met het merk van onze motorfietsen zoals wij hoopten.
Oeral rivier
Redelijk moe komen we tenslotte aan in Atyrau, aan de Oeral Rivier, die de grens vormt tussen Europa en Azië. We vinden een deftig hotel in deze boomtown, waar alles draait rond olie. Wanneer we de ijskast open trekken zien we twee grote blikken Stella Artois staan. We hebben niet voor niks zo ver gereden!
Hier in Atyrau bereiden we ons voor op twee lange, bloedhete en ook wel een beetje gevaarlijke dagen. De eerste zal nog wel meevallen. Die gaat over bijna 500 kilometer tot bij de Oezbeekse grens, maar dat parcours is redelijk verhard. De volgende dag baart ons meer zorgen, want van de 500 km die we dan voor de kiezen krijgen, zijn er zowat 300 off road en die zijn volgens wat we horen ‘in hele slechte staat’. Nou, dat belooft, bij temperaturen die er oplopen tot 42 graden.
Veel drinken dus!
Waar staat die Stella?
Thuis is waar je Stella staat… 😋
Voilà, dàt is nu wat ik bewonder in jullie verslaggeving: objectiviteit, gewoon eerlijke verslaggeving, telkens weer anders, nooit saai. Het is gewoon zalig om met jullie mee te reizen.