Hoe leeg en eindeloos het wilde westen van Mongolië is, ervaren we wanneer we met onze chauffeur Cada naar het woest nationaal park van Tavan Bogd rijden. Dat ligt op zo’n 170 km van Ölgi, en het belooft een pittige rit te worden in de tot op de draad versleten Land Cruiser van onze chauffeur.
Om te starten heeft Cada zo’n vijf minuten nodig. Daarna rijden we over pistes die alle richtingen uit lopen steeds verder weg van de beschaving.
Sleutelen
Na 2,5 uur staan we de eerste keer in panne. Cada kruipt voor een half uurtje onder de motorkap. Dan weer verder, maar na een uur is het opnieuw zover. Er blijkt een probleem met de dieselpomp. Het wrak wil niet meer starten, wat onze chauffeur ook probeert. Hij spuit zelf startpilot in de luchtfilter, wat de kans vergroot dat je de hele motor opblaast, maar niets helpt. Zo staan we daar een uur te schilderen in de oneindigheid van de Mongoolse steppen, tot er een ander terreinvoertuig verschijnt. Dat zit vol met toeristen uit Singapore, maar daar maalt de bestuurder niet om: hij trekt een vol uur uit om ons te helpen. Maar ook zijn pogingen stranden.
Er verschijnt nóg een jeep met een hulpvaardige chauffeur. Geen avance. Op de duur staan er vier voertuigen rond het onze. Net als we denken dat we hier zullen moeten kamperen, komt de motor met een geweldige reutel weer tot leven, een wolk doemp uitstotend, die de helft van het Tavan Bogd Nationaal Park bedekt met een blauwgrijze walm. Eén van de andere chauffeurs heeft het euvel ontdekt: de dieselpomp krijgt geen elektriciteit meer: er is een relais stuk. Dat laatste wordt er uit gegooid en de draden worden met ducttape weer aan elkaar geplakt. We kunnen weer verder.
Nog een uur later verhit de transmissie zodanig dat we opnieuw moeten halt houden. Cada verdwijnt onder de wagen. Hij komt geruime tijd later weer te voorschijn met drie rondellen in zijn hand. Die heeft hij ergens tussenuit gevezen. Blijkbaar is zijn idee dat hoe minder onderdelen iets heeft, hoe beter het werkt.
Frank en ik beseffen: dit is onze straf voor het verloochenen van onze motoren, die eenzaam achterbleven bij een hotelletje in Ölgi …
Lekker warm
Al die pech zorgt ervoor dat we pas tegen valavond in de buurt komen van de machtige bergen. Mijn plan om in het basiskamp van de Mount Malchin (4.060 m) te overnachten, en die ’s anderdaags in de vroege ochtend te beklimmen, valt daarbij in het niet.
Maar kijk, elk nadeel heb se foordeel: we vinden onderdak in een een ger, die helemaal in z’n eentje op een langzaam naar een rivier afhellende bergflank staat. Als de avond valt, lichten de sneeuwtoppen achter de heuvels van ons bivak op met Alpenglühen. De wolken kleuren rood tijdens de zonsondergang. Al snel ronkt de kachel in onze ger en zijn we aan het koken. Buiten is er een snijdende, koude wind. Dan besef je al snel dat je nergens beter af bent dan in je gerretje. Anders lagen we nu op 3.200 m hoogte op onze buik in onze tent te koken op ons kookvuurtje. Leve de autopannes!
U wil weten wat er op het menu staat?
- Aperitief: vodka.
- Voorgerecht: tomatensoep, aangesterkt met noedels.
- Tussengerecht: vodka.
- Hoofdgerecht: hamburgers met rijst.
- Nagerecht: pure chocolade met vodka.
- Digestief: vodka.
U begrijpt: het wordt een gezellige maaltijd daar bij onze gloeiende stoof vol gedroogde koeienstront.
Gletsjers
De dag daarop rijden we met ons wrak op wielen tot dicht bij het basiskamp van de Mount Malchin. We laten de terreinwagen en onze chauffeur daar achter en vertrekken voor een onvergetelijke dag in de bergen.
Tavan Bogd betekent ‘Vijf Heiligen’ en duidt op de vijf magistrale pieken die hier de grens met China en Rusland afbakenen. Het zijn Khuiten Peak, Naran, Bürged, Olgii en Nairamdal. Van hun flanken dalen twee grote gletsjers af, die samenkomen en aldus verenigd hun weg naar het dal vervolgen. Ze worden nog slechts gescheiden door een middenmorene. Aan hun voet duwen ze de enorme puinberg van hun eindmorene voor zich uit. Het is een vergeten uithoek in het grensgebied van drie enorm grote landen.
Het weer is uitzonderlijk goed: in de voormiddag is er geen wolk aan de lucht. We zetten onze tent aan de rand van de gletsjer. Het ijs ervan ligt helemaal open, je kan elke crevasse al van ver zien. Terwijl Frank fantastische dronebeelden maakt, loop ik over het gletsjerijs. Beide gletsjers mankeren een ijsval en lopen gestaag en zonder veel breuken naar boven. De linker van de twee draait als een witte autostrade achter de steile bergflanken weg in een ijsvallei die je doet dromen van een skitocht over het gletsjerijs.
Onze excursie naar deze afgelegen regio behoort tot de hoogdagen van onze reis. Na de afdaling naar lagere regionen maffen we weer prinsheerlijk in ons eenzaam gerretje met zijn rokende schouwpijp.
Soubry
Op dag vijf slaan we een ontbijt van spek met eieren in ons ger achterover en rijden dan met de Land Cruiser opnieuw richting Ölgi.
“Problem with car”, zegt Cada. Tiens, dat hadden we niet verwacht. Daar staan we weer te gapen in het Mongoolse niemandsland.
Tegen alle verwachtingen in vallen we slechts twee keer in panne. Maar Cada lost het telkens op.
Onderweg komen we nog een kudde wilde bactrische kamelen tegen. Ik herken precies diegene tussen wiens twee bulten ik in de papschool mocht zitten. Met reclame van Soubry op zijn flank erbij.
Bij het binnenrijden van Ölgi horen we een onrustwekkend geluid aan het rechtervoorwiel van onze auto. Cada duikt er nog eens onder en komt weer tevoorschijn met een gebroken wielbout in zijn handen. We sukkelen nog net tot in ons hotel.
Tantaluskwelling
Na al deze avonturen is het hoog tijd voor a light refreshment. Nadat ik een half uur onder de douche heb gestaan, ga ik daarvoor naar de grote supermarkt van Ölgi en maak ik me meester van een paar blikken bier en een pak chips. Maar aan de kassa wordt mijn kredietkaart geweigerd. Ofwel heeft mijn vrouw na al die jaren getrouwd te zijn geweest met Kapitein Zeldenthuis besloten dat het welletjes is geweest en is ze er met alle geld vandoor richting Saint-Tropez, ofwel werkt dat verdomde kaske aan de kassa niet. Omdat ik niet meer genoeg cash op zak heb, geef ik het bier terug en steven ik naar de bank.
In de geldautomaat aldaar werkt mijn kredietkaart prima en aldus geladen ga ik weer de supermarkt binnen voor hetzelfde ritueel. Achter de kassa brengt de kassier zijn vinger al naar het toetsenbord om de rekening te maken als plots de elektriciteit uitvalt. Met z’n allen staan we daar als klanten een tijdje te gapen, tot de jongeman zijn wijsvinger naar mij opsteekt en dan op zijn pols tikt. Ik begrijp het meteen: dit kan een uur duren. Voor de tweede keer laat ik mijn bestelling staan. Redelijk geïrriteerd ga op zoek naar een andere winkel. Die vind ik al snel, maar dat blijkt een halal-supermarkt: geen alcohol hier …
In de volgende, zes straten verder, is er bier genoeg, maar het staat niet in de koeling. Vervuld van een soort neolithische razernij been ik vloekend de supermarkt weer uit en zweer bij mezelf dat ik niet terug naar het hotel zal gaan zonder twee blikken bier. Wat ik hier meemaak is minstens even erg als het wedervaren van de tragische figuur Tantalus in de Griekse oudheid. Die werd door de goden gestraft omdat hij ze bij een etentje het gebraden vlees van zijn in stukken gesneden zoon had voorgezet, omdat hij eens wilde weten of ze echt alwetend waren. Dat liep slecht af: tot in de eeuwigheid werd Tantalus door de goden in het meest afgelegen stuk van de onderwereld in een poel met water gezet, met het water tot aan zijn kin. Maar telkens hij zich voorover boog en wilde drinken, trok het water zich terug, zodat hij voor eeuwig dorst moest leiden.
Ervan overtuigd dat ik hier zowat hetzelfde meemaak, loop ik nu stomend door Ölgi. Onderweg passeer ik opnieuw aan de eerste supermarkt en zie: het licht is er weer aan. En dus ga ik er opnieuw binnen. Aan de grote ijskasten met drank zie ik dat de jonge kassier juist mijn twee aan de kassa achtergelaten blikken bier aan het terugplaatsen is. Ik maak hem tot zijn stomme verbazing de biertjes weer afhandig en haast me naar de uitgang, bang dat het licht opnieuw zal uitvallen. Bij de kassa steek ik twee jongelui voor, duw een oud vrouwtje omver en hol uiteindelijk met de buit naar buiten.
Dat van dat oud vrouwtje heb ik verzonnen, maar u begrijpt wat ik wil zeggen over de urgentie van de zaak.
Als ik eindelijk in ons hotel aankom, zegt Frank: “Ik dacht al: waar blijft die nu met dat bier?”
Ondank is ‘s werelds loon.
Ik weet het nu zeker … Ik ben een mongool! Ik wil naar Mongolië!
Een rit met mechanische pech en wat waaghalzerij (dat gletscherwandelen bv. 😊 Moar Mark toch …).
Dat jullie genoten van de eenzame overnachtingen in deze godverlaten streek blijkt ook nu weer! Prachtige beelden …
Niet te geloven dat het einde van dit onvergetelijke avontuur in zicht is. 😂😂
Alle Leeneke, profiteer ervan want de manne zen bena trug he. 😁
Amai Frank, geweldige dronebeelden jom 👍🏼
en Stroak woa blefde al diejen uitleg hale? tBleft zalig oem te leze 👍🏼.
Genieternogvan Manne want de fun is bena veurbij he 😉
Twee blikken maar 🤔
Davinneknaokmoniksze
’t Moet Heineken of erger geweest zijn …
Anders hadden het minstens 2 sixpacks geweest. 😉
Saint Tropez staat niet op m’n lijstje …