Easy Riders in de Gobiwoestijn

Tussen Hovd en Altaj liggen 470 km. We gooien onze tanks vol en terwijl Frank nog iets met zijn telefoonkaart gaat regelen in een winkeltje wacht ik buiten op mijn motor. Opeens komt er een jonge twintiger naar me toe. Hij stopt me twee blikken frisdrank in de hand en steekt zijn duim op, lacht zijn tanden bloot, en dan is hij weer weg. Het is een gift aan de reiziger. Ziet u het zich al doen in pakweg Antwerpen als u een Chinese of Indische motard naast de baan ziet staan?


Duizelingwekkende leegheid

Dankzij de nieuwe asfaltweg met amper verkeer verdwijnen de kilometers onder onze wielen tegen een grote snelheid. Daarbij rijden we soms tientallen kilometer rechtdoor en al snel zien we het landschap veranderen en zo’n 100 km verder rijden we door de Gobiwoestijn. De Gobi is enorm en is bijna een land op zichzelf, dat zich uitstrekt over heel zuidelijk Mongolië, tot ver weg in China. De Gobi heeft zijn eigen mythen, zijn eigen schoonheid en zijn geheel eigen afschrikwekkendheid voor wie er verloren rijdt.

Dat laatste kunnen wij niet, zolang we op onze comfortabele hoofdbaan blijven, maar eens de sneeuwbergen achter ons (toch rijden we nog altijd op 2.000 m hoogte), verlaten we zelfs de rollende heuvels van de steppe om terecht te komen in wat je op het eerste gezicht een troosteloze steen of zandwoestijn zou noemen met een minimum aan begroeiing. 

Easy Riders in de Gobi woestijn 2


Ver weg, ten zuidoosten van de hoofdstad Ulaanbaatar toont de Gobi wellicht zijn spectaculairste kant, met torenhoge zandduinen en grote rotspartijen en ravijnen, maar hier in het zuidwesten van Mongolië rijden we nu al uren als easy riders door een voorhistorisch decor, met bergen aan de verre horizon. Op één of andere manier weten zich in dit desolate landschap van blauwgrijze bergen aan de verre einder vlakbij de Chinese grens nog altijd de laatste sneeuwluipaarden, steenbokken en uiterst zeldzame Gobiberen te handhaven. Het is één van de minst bezochte plaatsen op aarde. De leegheid van deze landschappen is duizelingwekkend.

Dat betekent niet dat er onderweg niets te zien is. Soms passeer je een kudde wilde kamelen. Dan kom je weer in een stuk woestenij waar zelfs zij, de grote overlevers van de steppe en de woestijn, het niet meer volhouden.

Kamelen in de Gobi


Spiritueel

Op een heuveltop zien we plots een grote verzameling opgerichte stenen staan en een ovoo. Dat is een grote hoop stenen, waar de Mongolen blauwe zijden sjaals bij achterlaten, en vaak ook giften. Als reiziger hoor je er driemaal omheen te lopen in wijzerzin, om een veilige reis af te smeken. Maar als je haast hebt, is claxonneren als je er voorbij scheurt ook goed. Je moet wel respect tonen, want anders kunnen de goden die de ovoo overwaken je straffen. Door een platte band, bijvoorbeeld. De nomaden hier nemen dat heel ernstig, en dus uw dienaar niet in het minst: niemand wil hier in the middle of nowhere met panne langs de kant staan!

Als er vodka wordt gedronken bij zo’n ovoo, giet je de eerste geut in de lucht, ter ere van de goden. Het blauw van de sjaals verzinnebeeldt de hemel. Hoe ik dat allemaal weet? Omdat ik in 2018 al eens door Mongolië reed, in het gezelschap van een paar goede maten. Toen ging het richting noorden van Mongolië, naar de Tsataan, een rendiervolk, dat daar aan de grens met Siberië nog leeft zoals in de steentijd. Die legden ons bij zo’n ovoo uit hoe we met een fles vodka moesten omgaan. Voor de duidelijkheid: één geut in de lucht is meer dan genoeg, hoor! 

Ovoo in Gobi woestijn


Hier op deze heuveltop zien we in stenen gebeitelde dieren, de zon, de maan en de sterren, afdrukken van zegels die de grote Mongoolse khans gebruikten toen ze in hun Mongoolse rijk de halve bewoonde wereld regeerden. 

Er zijn ook hakenkruisen te zien. Die worden door de Mongolen khas genoemd. De Mongolen linken het hakenkruis aan hun staat en aan geluk en eeuwigheid. Je ziet de swastika hier wel vaker, zoals je hem ook in de boeddhistische en Indische gedachtewereld ziet. Dat heeft dus niks met de nazi’s te maken. Adolf kwam de swastika in deze delen van de wereld jatten om zijn halfgare ideeën een zinnebeeld te geven.

Stenen standbeeld in Gobi woestijn
Stenen standbeeld in Gobiwoestijn met swastika


Wat deze heuvel en zijn stenen standbeelden die over het eindeloze landschap uitkijken vooral aanduidt, is de diepe spiritualiteit die bij veel Mongolen leeft en die tot heden ten dage zich vaak uit in animistische tradities. Het zijn heel sterke signalen over de verbondenheid van een van oudsher nomadisch volk met de natuurlijke wereld waarin ze duizenden jaren hebben geleefd en vaak nog steeds leven.

Stenen standbeelden in Gobi woestijn
Stenen standbeelden in Gobi woestijn


Solidariteit

In het kleine stadje Altaj is niet veel te zien, buiten benzinestations, supermarkten en een paar restaurants. Maar voor ons is het een overnachtingsplaats die ons de volgende dag alweer bijna 400 km verderop, tot in Bajanhongor moet brengen. Tot daar dus de berichtgeving over Altaj.

Onder een warme herfstzon rijden we zonder zorgen ook de dag nadien weer door dit lege landschap. Slechts heel af en toe zie je een ger, of een verzameling van gers en houten huisjes. Daar kan je meestal iets drinken en eten. Thee wordt er ons vaak zonder vragen voorgezet. In dit soort landschappen en in de nomadische traditie zijn solidariteit en gastvrijheid belangrijk om te kunnen reizen. En de Mongolen hebben er geen enkele moeite mee om dat uit te breiden tot reizigers uit den vreemde.

Onderweg naar Bayankhongor
Onderweg naar Bajanhongor


Als we bij valavond aankomen in Bajanhongor, zien we een grotere stad, waar een paar chique, nieuwe zakenhotels staan, maar waar alle kamers bezet zijn. Het staat er op de parking vol grote Land Cruisers en Land Rovers. Het geeft aan hoezeer Mongolië economisch boert. Het gaat voor de rijken goed vooruit, laat ik het daarop houden.

We vinden onderdak in het Uliizi Palace Hotel, waar elk verdiep zijn eigen receptie heeft.

Nu we stilaan aan het einde van onze reis komen, is Frank nog altijd bezig met het monteren van zijn fraaie clips die hij met zijn drone en zijn GoPro camera’s maakt, ter ondersteuning van onze blogs. Daarin kruipt veel tijd en werk en daarom besluiten we twee dagen in het wat saaie Bajanhongor te blijven, zodat het blogwerk af geraakt voor we in Ulaanbaatar aankomen.

Plaatselijke ESK voor snelle elektrische interventies
Plaatselijke ESK voor snelle elektrische interventies


Marktdag

Op het eerste zicht is hier in Bajanhongor geen fluit te zien en op het tweede zicht ook niet, maar wanneer ik de volgende dag door het stadje op verkenning ga, stuit ik op een marktje, waar inwoners allerlei dingen aanbieden: van groenten over traditionele Mongoolse laarzen tot halsters en zwepen voor het berijden van paarden. Het is er een gezellige bedoening, waar ik uitkijk naar de Mongoolse mannen en vrouwen die hier nog in hun traditionele lange gewaden komen shoppen. De mannen vaak nog met hun klassieke punthoed op het hoofd en een zilveren geldbeugel aan hun kleurrijke buikgordel.

In een van de kraampjes bieden twee oudere kerels Mongoolse snuifdozen aan. Die zijn gemaakt uit edelsteen of uit koraal, een gebruik dat de Mongolen lang geleden van de Chinezen overnamen. Even twijfel ik om er eentje kopen. Ze zijn klein en dus handig om mee te nemen, maar de prijs is te hoog, dus laat ik het kleinood staan.

Marktje in Bayankhonger
Marktje in Bajanhongor


Holbewoners

Iets verderop is er een tentje waar vuistbijlen van een miljoen jaar oud uitgestald staan. Niet te koop: ze zijn van een Mongools/Amerikaans/Russisch project waarbij paleontologen grondig onderzoek deden in de zogenaamd Witte Grot, hier niet zover vandaan. 

“In de grot werden onder meer vuistbijlen uit het Pleistoceen gevonden, gemaakt door hominiden, die tot 700.000 jaar oud zijn. Dat is 200.000 jaar eerder dan eerst werd gedacht over de aanwezigheid van mensensoorten in Centraal-Azië”, zo legt een Mongoolse doctoraatsstudent uit die de collectie bewaakt.

In de tent zie ik verder gebruiksgerief uit het Mesolithicum (de periode na het aflopen van de laatste ijstijd). Bij recent wetenschappelijk onderzoek kwamen ook pijlpunten uit de bronstijd en materiaal uit de middeleeuwen aan het licht. Zodat je dus zou kunnen concluderen dat deze grot over 700.000 jaar bewoond is geweest.

Ik vind dat verbijsterend. Ik ken niemand die zijn huis zo lang heeft verhuurd. Het moet dus wel een hele goede grot geweest zijn.

Road Movie: “Easy Riders in de Gobi”


6 gedachten over “Easy Riders in de Gobiwoestijn”

  1. Fam.Schelfthout

    Een mens zou met jullie naar het einde van de wereld reizen …
    Een stukje daarvan schittert in het prachtige beeldmateriaal en de uitgebreide informatie die dat alles vandaag illustreert!

    Jullie thuiskomst zal zeker niet onopgemerkt voorbijgaan …
    Men zit nu al vol ongeduld op jullie te wachten, dat staat als een paal boven water.

    Mijn avondlijke getokkel op de pc om jullie een hart onder de riem te steken zal ik missen …
    Marc en Frank … jullie zijn heel fijne mensen ❤ ❤ 😊

    Tot ????

  2. Grotten zijn duurzaam, meestal goed geventileerd en met een constante temperatuur, heel soms met een lekkend plafond en dat doet soms wat met de huurprijs. 😁

  3. ESK goe laten betalen voor die sluikreclame!
    Goeie terugreis en tot in Hertals!
    Groeten uit Veldhoven

  4. Chris en Jos

    Thuiskomen

    Is nieuw ontdekte einders
    Achterlaten
    Is onvergetelijke mensen
    Bewaren achter de kerkermuren
    Van je weemoedige ziel
    Thuiskomen is rijker terugkeren
    Dan je vetrokken was
    Is bekenden nog liever zien
    Dan ooit voorheen.

    PROFICIAT !!!

  5. Beste Frank (en natuurlijk ook Marc),
    Ik ben in 1985 samen met je pa en ma in Boma geweest. Ook een serieuze levenservaring. Heb daardoor nog steeds contact met je ouders (brothers in arms?). Ik zie ze vrijdag terug.
    Hoofdonderwerp wordt zeker jullie heroïsche reis. Ongelooflijk boeiend en leerrijk voor mij.
    Het beste verder en goede thuiskomst,
    Franky

  6. Beste Frank en Mark,
    Wat een mooie, moeilijke maar magische motorreis is dit. In jullie verslag wordt je echt meegezogen in de stilte, de leegte en het toch zo mooie ruwe landschap en de liefde van de bevolking.
    Daar komt zeker het gezegde van:
    Less is more.

Reacties zijn gesloten.

Scroll naar boven