Het arendfestival aan het Tolbomeer

Het Arendenfestival aan het Tolbomeer

Het Tolbomeer ligt op amper 45 km van Ölgi en het is hier dat de arendjagers uit de regio half september nu al 23 jaar verzamelen om zich te meten met elkaar. Eind september is er het internationaal bekende en meest vermaarde arendenfestival in Ölgi zelf, waar tegenwoordig half de wereld zich aan komt vergapen. Maar hier aan de oevers van het Tolbomeer is het nog veel kleinschaliger, al zijn er ook hier meer dan honderdvijftig toeristen opgedaagd om naar de kunsten van zo’n 25 arendjagers en hun steenarenden te kijken. 

De competitie gaat als volgt: op een vijftig meter hoge rots wordt een arend klaargezet, terwijl zijn meester een paar honderd meter verderop in het veld in een steencirkel staat. Hij kan kiezen: de verste cirkel (meer punten als de arend daar op zijn arm land), of een steencirkel wat dichterbij. 

Arendjagers op  festival aan het Tolbomeer


Duikbommenwerper

Vanaf het moment dat de arend klaar is, begint de arendjager met woeste kreten zijn vogel aan te vuren om naar beneden te duiken. De eerste die in het strijdperk treedt, doet het feilloos: de arend zweeft eerst sierlijk en zonder een vleugelslag van de rots en stort zich daarna als een duikbommenwerper omlaag tot hij vlak bij de arm van zijn meester in de remmen gaat en met gespreide vleugels zijn klauwen zet bovenop de lederen handschoen van de man die hem heeft grootgebracht en hem deze techniek heeft aangeleerd.

Arendjager op  festival aan het Tolbomeer


Maar zo gemakkelijk is het niet: bij de volgende kandidaten gaat het telkens mis. Ofwel wil de arend niet eens vertrekken van zijn hoge uitkijkpunt, ofwel fladdert hij wat in het rond en komt niet eens in de buurt van de arendjager, die soms te paard zit, soms te voet staat. Een steenarend vliegt zelfs van het strijdperk weg en zet zich na een paar minuten rondzweven prinsheerlijk boven op een rotstop om de hele zaak minutenlang te overschouwen. De boodschap aan de man onderaan is duidelijk: de pot op!

De volgende arenden landen weer netjes en het gaat er natuurlijk om wie deze klus het snelst klaart. Tussendoor zijn er wedrennen met paarden tussen mannen en vrouwen en treden er danseressen op. Op die manier passeert de dag aangenaam.

Mongoolse schone maakt een selfie


De arendjagers die hier tegen elkaar strijden zijn onveranderd tussen de vijftig en de zeventig jaar. Ze hebben harde, lederen gezichten, die vaak openbreken in een brede glimlach wanneer ze elkaar groeten. Ze nemen alle tijd om zich te laten fotograferen door de toeristen, die meestal gewapend zijn met telelenzen zo groot als een kanonloop. Ik zie één knaap van een jaar of veertien, die met zijn arend ook aan de competitie meedoet en één jong meisje.

Jongste deelnemer aan het arendfestival


Toeristen en arendenpopulaties

De openingsceremonie mag er ook zijn, als de jagers zich met hun paard en de arenden op hun mouw oplijnen voor de parade. ‘Klikklilkkliklikklik’ gaat naast mij de camera van een Amerikaanse. Er zijn opvallend veel Amerikaanse toeristen, maar ook Maleisiërs, mensen uit Singapore, Chinezen en Europeanen. Dat er zoveel Aziatische toeristen hier opduiken is een fenomeen van de laatste tien jaar. Het duidt erop dat de bewoners van Azië hun vleugels steeds meer uitslaan om te reizen, en er ook de middelen voor hebben.

Deelnemers aan het arendfestival aan het Tolbomeer in Mongolië


Omdat de demonstraties van de jacht zo aantrekkelijk zijn voor toeristen, is er de afgelopen jaren een probleem opgedoken: er worden steeds meer steenarenden uit hun nesten geroofd om aan toeristen te tonen. Niet zelden worden die niet meer opgeleid om op vossen te jagen, maar dienen ze gewoon om mee te poseren en ze worden ook niet meer vrijgelaten als ze geslachtsrijp zijn, zodat ze zich kunnen voortplanten. Dat doet de populatie van steenarenden hier in West-Mongolië geen goed. 

Deelnemer aan het arendfestival bij het Tolbomeer


Nieuwe weg

Tegen de avond aan is de show afgelopen en we hebben de keuze: ofwel kamperen we hier aan de oever van het Tolbomeer, ofwel rijden we nog 200 km verderop tot in het stadje Hovd. Omdat beschutting tegen de gure wind aan het meer amper te vinden is, kiezen we voor het laatste en rijden in het avondlicht richting Hovd. Dat gebeurt over een nieuwe weg, die de Chinese vrienden hier tijdens de covid-periode hebben aangelegd. Die overbrugt de 800 km die je eerst nog over grind en zand in de richting van de hoofdstad Ulaanbaatar moest rijden. Van Hovd tot Ulaanbaatar is het nog 1.450 km, dus nu alles vanaf hier nu asfalt is, scheelt dat voor ons een paar dagen rijden tot in de hoofdstad, maar zeker ook aan comfort. We malen er hoegenaamd niet om: we hebben genoeg off road gecrosst.

Van de vele nieuwe wegen en spoorlijnen langs de Zijderoutes die China hier in Centraal-Azië overal aanlegt is dit wel een speciale: China krijgt via deze prima asfaltweg dwars door Mongolië toegang tot Rusland.

Chinese weg van Khovd naar Ulaanbaatar


In Hovd lopen we bij het vallen van de duisternis binnen in een paar hotelletjes, die zo gammel en uitgeleefd zijn dat we uiteindelijk besluiten om te investeren in een kamer in het Steppe Hotel. Dat is een viersterrentent, waar tours vanuit Ulaanbaatar halt houden alvorens de verdere rit naar Ölgi aan te vatten. Aan de balie melden ze ons dat er geen standaardkamers meer zijn en dus hebben we de keus: in het donker terug naar één van de troosteloze barakken die we al bezochten, of een deluxe kamer nemen. De prijs daarvan doet ons bijna terugtuimelen van de trappen aan de inkom van het hotel, maar we vermannen ons en met een verbazingwekkende eensgezindheid kiezen we voor de laatste optie. We krijgen er een kamer met een salonnetje voor in de plaats én een verwarmde toiletbril, inclusief verlichte pot, van een Chinees toilet.

De volgende dag blijkt dat in Hovd nog de helft minder te beleven valt dan in Ölgi. Hovd is dan ook veel minder groot. Dat maakt dat het belevingsniveau tot diep onder nul is gezakt. Maar goed, het geeft Frank de mogelijkheid om de achterstand die hij heeft opgelopen met de verwerking van zijn dronebeelden en films die hij voortdurend met zijn go-pro’s maakt, bij te werken. Zo paren we in het Steppe Hotel het nuttige aan het aangename.

Grote Markt van Khovd
Immense drukte op de Grote Markt van Hovd


Geknipt

Terwijl Frank in de hotelkamer zwoegt, ga ik op verkenning in Hovd. Na een foto van het polytechnisch college en nog eentje van het standbeeld van een krijgsheer, houd ik er al mee op en stap ik een kapperszaak binnen, om het weinige dat nog rest van mijn eens zo weelderige haardos te laten kortwieken.

Meisjes met ijsjes
Meisjes met ijsjes


Mijn aantreden veroorzaakt enige consternatie bij de twee kapsters, maar ik krijg al snel een stoel aangeboden.

De vrouw die mijn haar knipt, schat ik midden dertig. Ze heeft een aantrekkelijk gezicht, en heeft haar wimpers verlengd. Ze is licht geschminkt en heeft het soort van hoge jukbeenderen waar een Hollywoodactrice een moord voor zou plegen. Ik bekijk haar van in de spiegel en wanneer onze blikken elkaar even kruisen, slaat ze snel de ogen neer. Ik neem me voor haar niet meer aan te staren.

Ze doet haar werk snel en goed en als het tijd is om af te rekenen, gebaart ze dat ik niets hoef te betalen. Waarschijnlijk staat er nog zo weinig haar op mijn schrobber, dat het niet onder de gangbare tarieven valt. Maar het toont ook de wil tot hulpvaardigheid voor de vreemdeling die iets nodig heeft.

Ik dring aan en geef haar een biljet van 10.000 tugrik, de Mongoolse munteenheid. Ze neemt het uiteindelijk aarzelend aan en holt ermee naar een naburige supermarkt. Ik krijg 5.000 tugrik terug. Kostprijs van de knipbeurt, omgerekend in Europees geld: 1,5 euro. 

Aldus gesterkt in het geloof in de medemens, struin ik weer naar ons hotel. 


5 gedachten over “Het Arendenfestival aan het Tolbomeer”

  1. Fam.Schelfthout

    Van één van de laatste lootjes van deze prachtige reis hebben jullie weer een mooi verhaal (inclusief klank en lichtspel) gemaakt. Een uitgebreide reportage van National Geographic liet me enkele jaren geleden kennismaken met het Arendenfestival. Dat sterkte toen al mijn belangstelling voor dit deel van onze aardbol.

    Enerzijds word ik een beetje weemoedig nu het einde van jullie avontuur in zicht is … Anderzijds blij dat ik mee mocht reizen. 😀
    Ik volg nog tot de boarding in Ulaanbaatar, dus blijf “seinen” tot jullie vertrek.

  2. Goe gedaan makkers!
    Zelf motard zijnde, kan ik me toch nauwelijks voorstellen hoe intens de reis is geweest! Maar dan toch een beetje met de hulp van de mooie beelden en de leerrijke teksten van jullie! Natuurlijk ook dank zij de overzichtelijke website-reisblog van den Trapper! (Met een “dank u wel” aan Jan Boons!)
    Tot snel mannen!
    Publiceren hé Jan!

    1. Merci, Remi!
      En alles wordt gepubliceerd, behalve reclame voor escorts, gokken, hackers, en andere louche activiteiten. 😉

Reacties zijn gesloten.

Scroll naar boven