De zon is net onder als we bij het Registan in Samarkand aankomen. De madrassa’s met hun indrukwekkende poorten liggen aan 3 zijden van het plein in een grijze schemering, die alleen hun silhouetten onthult. Maar als op een teken van een onzichtbare regisseur worden de lichten aangestoken en baadt het Registan als bij toverslag in een zachte gloed, die de kleuren van het fantastische majolica-werk op zijn gebouwen doet oplichten. We kijken ernaar vanop de trappen die naar het legendarische plein leiden. De achtergrond van dit schouwspel wordt in de lucht gevormd door een halve regenboog met pastelkleuren die door onzichtbare lijnen van elkaar worden gescheiden. Van baksteenrood over indigo tot het in het duister overvloeiende ultraviolet van de nacht. Dat doet mijn mond nog eens openvallen. Door de truuk met de plotse verlichting voelt het aan alsof het Registan een oude bekende begroet. En dat is ook zo.
Net zoals tientallen andere bezoekers, zetten Frank en ik ons neer op de brede trappen die naar het plein leiden. Zoals toeristen doen op de Spaanse trappen in Rome. Daarna kijken we naar het plein, dat op één of andere manier een theatrale belofte lijkt in te houden. Wanneer de hemel een uur later het zwart van de nacht over zich heeft gekregen, start er een lichtshow die van het 600 jaar oude Registan plots een swingende openlucht-discotheek maakt.
Monumentale poorten
De oudste poort van het Registan dateert uit 1420 en werd gebouwd door Ulugbek, de grote astronoom en kleinzoon van Timur De Lamme (Timur Lenk, of Tamerlane). De sterren op het portaal herinneren bezoekers tot vandaag aan de Ulugbek’s liefde voor het nachtelijke firmament. Achter het portaal ligt een godsdienstschool met een fraai blauw interieur. Tegenover deze monumentale poort staat de Sher Dor madrassa, uit 1636, die bovenaan afbeeldingen heeft van brullende leeuwen. Hoe zo’n beest er uitzag, lijken de makers veelal gehad te hebben van ‘horen zeggen’, want ze lijken sprekend op tijgers. In elk geval zitten ze achter een hert aan. Boven dit tafereel zie je een rijzende zon. Dat is verrassend als je weet dat de islam afbeeldingen van mensen en dieren verbiedt.
Tussen deze twee fantastische poorten staat nog een derde gebouw, de Tilla-Kari madrassa, met een tuin achterin en een moskee. De meeste van de slaapzalen van de madrassa’s zijn nu souvenirwinkeltjes.
De minaret in
In één van de poorten maken we een deal met een ‘gids’ die ons mee in een minaret neemt die de Ulugbek madrassa flankeert. Dat is een soort van onofficieel bezoek, want niet veel mensen weten dat het kan. Wat later klauteren we de steile trappen binnenin de minaret op en kunnen bovenaan onze kop door een gat in het dak steken. Dat levert niet alleen een uitzicht van 360 graden op, maar vooral een vogelperspectief op de tegenoverliggende Sher Dor madrassa (die met de leeuwen).
Het Registan mag er nu – mede door zijn symmetrie – geweldig uitzien, in de jaren dertig van de vorige eeuw was het een op instorten staande ruïne. De minaret waarin Frank en uw dienaar nu over het plein uitkijken stond in 1930 schever dan de toren van Pisa en moest met touwen overeind worden gehouden. Gelukkig begonnen de Sovjets aan een grote en geslaagde restauratie van de madrassa’s. Een architect slaagde er zelfs in de scheve minaret weer recht te zetten.
Timur De Lamme
De rest van de dag brengen we door met de talrijke monumenten te bezoeken die Samarkand telt. Frank slaat er een paar over, maar ik ga eerst naar het graf in het Gur-e-Amir mausoleum van de man die Samarkand zijn monumentenrijkdom gaf: de heer Timur De Lamme.
Timur was op zijn zachts gezegd ‘gene gewone’. Hij raakte door een gevecht aan zijn rechterzijde grotendeels verlamd, wat hem niet belette een uitstekend ruiter te zijn. Hij was het grootste deel van zijn leven (1336-1405) op oorlogspad en voerde niet minder dan zeven grote militaire expedities uit, waarbij hij zich een enorm rijk bijeen plunderde, roofde en brandschatte.
Alhoewel hij Turkse wortels had, droomde Timur ervan de vroegere Mongoolse macht te herstellen, en bij god, dat lukt aardig in een gebied dat zich over heel Centraal-Azië uitstrekte tot aan de Middellandse Zee, Egypte en Perzië en Indië. In al die jaren dat Timur in het zadel zat verloor hij geen enkele veldslag. Hij mocht dan een groot veldheer zijn, een groot politicus ging aan de man niet verloren. In de veroverde gebieden zette hij zelden een behoorlijke regering op poten, zodat hij die dan opnieuw moest veroveren wanneer ze in opstand kwamen. Bronnen vermelden dat zulks dan ‘meestal gepaard ging met grote wreedheden, zoals het bouwen van torens met afgehakte hoofden.’ Dat gebeurde onder andere in Isfahan, in Perzië, waar Timur 70.000 inwoners van hun bovenkamer liet ontdoen en van hun schedels een toren liet bouwen.
Van China tot in Europa werd Timur dan ook gevreesd. Door zijn constante oorlogsvoering kwamen miljoenen mensen om. Schattingen hierover lopen op van 7 tot 20 miljoen.
Onvoorstelbare weelde
Wat hij óók deed was vanuit al die veroverde gebieden de beste architecten, kunstenaars en ambachtslui deporteren naar zijn hoofdstad Samarkand, waar ze voor hem de meest schitterende bouwwerken opzetten.
Dat gebeurde onder meer met de ambachtslieden van Damascus, toen het door Timur werd verwoest. In een verslag van een gezant van de koning van Spanje aan het hof van Timur wordt een levendig portret geschetst van de schaal van de constructiewerken en het niveau van de versieringen op deze nieuwe gebouwen, onder meer op het Aq Qaray paleis in de buurt van Samarkand.
‘Schitterend versierd met heel fijn werk en goud en met blauwe tegels’, schrijft de Spaanse gezant. ‘Terwijl de voornaamste ontvangstruimte bekleed is met goud en blauwe tegels, en het plafond is geheel van goud.’
En dan was dat nog niks vergeleken met Samarkand zélf en het hof van Timur. Dat was volgens dezelfde bron gedecoreerd met gouden bomen, ‘met stammen zo dik als de dijen van een man.Tussen de gouden bladeren van de bomen waren vruchten opgehangen, die bij nader toezien bestonden uit robijnen, saffieren en emerald en perfect ronde parels.’
Goede daden wissen slechte uit
Timur gaf graag zijn geld uit, dat is duidelijk. Hij haalde veel van al dat fraais uit China. De Chinezen deden dus goede zaken met De Lamme, dit in tegenstelling tot de Indiërs. Timur liet 100.000 inwoners van Delhi executeren toen hij de stad in nam. Maar met de Chinezen handelde hij. Karavanen uit China, die wel tot 800 kamelen telden, brachten al die weelde naar Samarkand.
Dat duurde zo lang tot Timur over zijn wandaden als plunderaar en massamoordenaar begon na te denken. Hij besloot dat de beste manier om penitentie te doen was om een heilige oorlog te beginnen tegen de ongelovigen. Want ‘goede daden wissen slechte daden uit’, zo meende hij. Zo gezegd, zo gedaan. Hij schortte de relaties met de Ming-dynastie op en was op weg om China aan te vallen en de Chinezen een lesje te leren, toen hij in 1405 onderweg stierf aan een longontsteking.
Akelige voorspelling
Zijn rijk viel daarna snel uiteen, en zijn reputatie raakte ondergesneeuwd. Maar na de ineenstorting van de Sovjet-Unie en de onafhankelijkheid van Oezbekistan, werd hij hier een grote held, omdat hij vanuit het huidige Oezbekistan een wereldrijk bijeen sabelde.
Tot vandaag geven ze Samarkand daardoor de titel van ‘parel aan de Zijderoute’. Monumentale standbeelden van Timur staan in Samarkand, en in heel Oezbekistan dan ook vaak prominent in beeld.
En nu sta ik dus aan het verrassend sobere graf van de geweldenaar. Het werd in 1941 geopend door een Russische antropoloog, die bevestigde dat Timurs rechterbeen lam was en zijn rechterarm deels onbruikbaar door sporen van een gevecht. In het graf zou de Rus ook een inscriptie hebben gelezen. Daarop stond: ‘Wie dit graf opent zal worden verslagen door een vijand die nog meer gevreesd is dan ik’.
De volgende dag, op 22 juni 1941, viel Hitler de Sovjet-Unie binnen.
Bibi
Tijd voor meer vredevolle projecten. De enorme Bibi-Khanum moskee van Samarkand – één van de grootste in de islamitische wereld – werd gebouwd met het door Timur geplunderde goud en geld. De moskee is opgedragen aan Timurs Chinese echtgenote Bibi-Khanum. Er is een hele legende rond gesponnen, die zegt dat Bibi-Khanum de opdracht gaf tot de bouw van de moskee terwijl haar ventje weer eens druk doende was met het afhakken van koppen in een ver land. Maar de architect zou verliefd zijn geworden op haar en hij zou hebben geweigerd de bouw af te maken tot hij van Bibi een kus kreeg. Toen Timur hiervan lucht kreeg, liet hij de architect executeren en beval hij tezelfdertijd dat vrouwen vanaf die dag een hoofddoek moesten dragen, zodat ze geen andere mannen meer konden verleiden. Si non è vero, è ben trovato.
Tot slot van een uitputtende dag slenteren door Samarkand, stevenen we naar het kerkhof van Shah-i-Zinda. Ik vind dit het meest bevlogen monument van Samarkand. Shah-i-Zinda is een straatje. Maar dan eentje vol rijke en beroemde doden, begraven in mausoleums met ronduit fantastisch majolica-tegelwerk, waaronder het graf van Qusam-Ibn-Abbas, de man die de islam in de zevende eeuw naar deze regio bracht.
In Samarkand hebben ze een fraai systeem bedacht om al deze monumenten met elkaar te verbinden: je kan door brede, verkeersvrije lanen wandelen, of parken vol met fonteinen. Tussen het Registan en de Bibi-Khanum moskee rijden elektrische busjes, waar je voor een prikje kan opstappen.
Die avond eten we op een terras met uitzicht op de ook al magistrale achterkant van het Registan. En we komen ook Katie en Jonathan weer tegen, het Brits/Belgische paartje dat met de trein door Oezbekistan reist en waarmee we al een glas dronken in Khiva. We dineren samen en ze nodigen ons uit voor een bezoek aan Berlijn, waar ze wonen.
Frank, Marc,
Jullie blog over deze reis is inspiratie voor velen.
Maar dat nu ook Paus Franciscus op trip naar Mongolie is getrokken … straf!
Heb het wel gezien in ’t filmpje: hangouderen op de bank in het park. 😄
Samarkand: een naam die onze verbeelding onmiddellijk op volle toeren laat draaien …
De Zijderoute, Ali Baba, Aladin, vliegende tapijten, mannen met baarden en reusachtige tulbanden, harems met buikdanseressen die wonen in prachtige paleizen met hangende tuinen … Het gedicht “De tuinman en de dood” van Pieter Nicolaas Van Eyck (verplichte lectuur in het middelbaar onderwijs in de 60er jaren) is een voorbeeld van Perzische wijsheid – Zie Wikipedia voor meer info.
Het verhaal over gouden bladeren en vruchten van saffieren en robijnen lijkt op dat van de Spanjaarden die beweerden dat de straten van de Mayasteden met goud geplaveid waren: ook gefantaseerd dus. 😀
Soit … een beetje magie behoort bij mooie verhalen.
Het Oosten is voor ons westerlingen nog steeds een grote onbekende, maar dankzij jullie is de uitgebreide informatie over het verleden een welkom cadeau. 🌻
Marc en Frank,
Wat een reis!
Het verbaast me en het doet me deugd dat je schrijft: “Dat doet mijn mond nog eens openvallen” bij het zien van het mooiste plein van Azië in Samarkand. Dat dat nog kan bij al wat jij op deze aardkloot al hebt gezien!
Daarvoor, onder andere, doen jullie deze indrukwekkend avontuurlijke reis, veronderstel ik …
Jammer dat achter die schoonheid alweer een brute gewelddadige geschiedenis schuilgaat. (Het doet me denken aan ons eigen mooie Brussel …)
Keep on rolling vrienden! En schrijven en fotograferen!
Met dank dat ik op deze manier een beetje meereizen kan.
Babylonië
Stel u voor dat alle protagonisten in de verhalen van Marc en Frank, aangevuld met willekeurige inwoners uit landen, deelstaten en steden die ze bezochten, mekaar in het najaar eens zouden treffen op een evenement ergens in Verweggistan en volgens het Amerikaanse genre: Class 2023.
Stel u verder voor dat er een ‘lingua franca’ (gemeenschappelijk communicatiemiddel waar Frank verder niets mee te maken heeft) zou worden gevonden waardoor alle aanwezigen met elkaar konden converseren onder de kundige leiding van onze moderators Marc en Frank.
Na een inleiding (uiteraard kort zoals hun reis zelf) waarin onze helden in grote lijnen hun reisverslag uit de doeken doen, zou het de bedoeling zijn dat ideeën, gedachten en opinies worden uitgewisseld. Stel u ten slotte voor dat alle deelnemers zich daar geen bal van aantrekken en daarop beginnen te leuteren over de relaties van hun kinderen en kleinkinderen met nadrukkelijke vermelding waar die vandaan komen.
Het resultaat zou zijn dat er gekeuveld wordt over een bella Italiaanse, ne knappe Sloveen, een Albanese schone, ne gebeeldhouwde Griek, een sportieve Turkse en een onweerstaanbare Georgiër. Dat lijkt allemaal eenvoudig, maar zonder het te beseffen zitten we op zeer glad ijs. Zeg bijvoorbeeld nooit ‘boekentas’ tegen een Kazach, ‘tartaar’ tegen iemand uit Astrachan of erger nog ‘mongool’ in een foute context.
De gesprekken zouden ondanks de vermelde gevaren nog niet onmiddellijk tot problemen leiden, maar onze vrienden zijn ondertussen al op zodanig veel plaatsen gepasseerd dat het benoemen van respectievelijke inwoners voor serieuze tongtwisters en geheugenverlies kan zorgen. Enkele ezelsbruggetjes kunnen wonderen doen om een Babylonische spraakverwarring te vermijden en om namen überhaupt te kunnen onthouden: mosterd voor Mostar, Eva uit Herzegovina, fruitsla uit Macedonië, Tessa uit Thessaloniki, Cold case voor Kaukasus, vuile koe voor Bakoe, met ‘gans’ denk je spontaan aan Ingoesjetië en een eerder kleine bewoner doet denken aan Grozny.
Op het einde van de avond, die best geanimeerd verliep, en toen het later werd zelfs dionysisch, zaten alleen de Oezbeek (wiens waterloopje?) Dimitri en zijn Karakalpakstaanse vriendin er wat verweesd bij. Niemand kon haar geboorteland namelijk zonder fouten uitspreken en alle aanwezigen liepen ietwat gegeneerd aan hen voorbij. Je kan nog beter uit Reet, Kontich of Aarschot komen. What’s in a name?
Jullie gaan Oost, wij gaan West. Nog veel leute, boeiende bezoeken, verrassende ontmoetingen en straffe verhalen, maar blijf vooral gezond!