Op weg naar Telavi, in de provincie Kakheti en dé wijnstreek van Georgië, botsen we op een wegversperring van de politie, die ons meldt dat de weg is afgesloten omdat ze een autostrade richting Telavi aan het aanleggen zijn. Dat betekent een omleiding van 100 km langs Akhmeta, maar zo zien we weer eens een ander stukje van Georgië, zeer landelijk en zeer groen met vele tientallen heerlijke bochten om onze Ténéré’s op los te laten.
In Telavi vinden we onderdak in een enorm Georgisch huis, met op zolder een grote Amerikaanse biljart, waar de grootvader van de huidige eigenaars de ballen liet tikken. Je hebt er vanop het balkon ook een mooi uitzicht op het massief van de Kaukasus, dat zich geheimzinnig en donker aan de horizon aftekent en waar, in tegenstelling tot in de brede vallei van Telavi, ‘s avonds geen enkel lichtje te bespeuren valt, zodat het lijkt alsof er werkelijk niemand woont.
De volgende dag zijn we al vroeg op, omdat we op een missie zijn: de verkenning van het wijngebied van Tsinandali, het landgoed van Alexander Chavchavadze (°1786 +1846). Dichter, militair, patriot: Alexander Chavchavadze is tot vandaag een grote Georgische held. Hij is het ook die via zijn Parijse connecties in de 19de eeuw de Georgische manier van wijn maken moderniseerde, en de eerste flessen bottelde in 1841.
Geen enkel land ter wereld maakt al langer wijn dan de Georgiërs: al 8.000 jaar. En ze doen het nog altijd in dezelfde aarden kruiken die dateren van 6.000 jaar voor Christus en die werden opgespit in de buurt van Tbilisi. In zo’n kruik van typische Georgische klei wordt druivensap gegoten – met pitten, schil en de steeltjes van de druiven – en dat wordt dan in de grond (constante temperatuur) aan een gistingsproces overgeleverd. Na verloop van tijd worden de pitten, steeltjes en de schil er van afgeschept, zodat een amberkleurige of een groene wijn ontstaat. Ik herhaal: al 8.000 jaar! Dus 3.000 jaar vóór de Egyptenaren nog aan hun piramides moesten beginnen, hingen die van Georgië hier al aan de kruik.
Wijnkelder
Alexander Chavchavadze’s villa staat midden in een park in Tsinandali, niet ver van Telavi. De villa is er achtergebleven zoals bij de dood van Alexander, compleet met alle meubilair en kostbare spullen van de familie. Volgens de overlevering kwam hij hier redelijk geheimzinnig aan zijn einde. Op een duistere nacht dook iemand uit het struweel die hem een ketel heet water over zijn kraag kapte. Als gevolg daarvan verloor de dichter-generaal het evenwicht, belandde onder de koets en overleed aan zijn verwondingen. ‘Een aanslag van de Russen’, zo werd gefluisterd. Niets nieuws onder de zon dus, vandaag is heet water door de Ruski’s vervangen vervangen door het zenuwgas Novichok.
Afijn, wij dus die villa binnen, waar ze ons na de eerste foto vertellen dat we geen foto’s mogen nemen en vijf minuten later zitten we in Alexanders’ wijnkelder. De historische kelder werd opgestart in 1814 en telt meer dan 16.500 wijnflessen. De oudste is een fles saperavi uit 1839.
Onder de villa is er een soort bodega, waar je wijn kan proeven. Omstreeks het middaguur lijkt ons dat een prima idee. Eerst moeten we ons nog een half uur bezig houden in het park, omdat de man die de wijn moet inschenken juist een stuk cake aan het eten is en een koffie nuttigt: “Koffiepauze!”, gebaart hij.
Vergeten held
Omdat we geen ruzie willen met de vakbond van de wijnuitschenkers wandelen we nog eens door het park. In een uithoek stuiten we op het hoofd van Lenin. Dat is duidelijk afgehakt van een enorm standbeeld.
Daar ligt hij dan, de gevallen held. De stichter van de Sovjet Unie en de uitvinder van het Marxisme-Leninisme en de man die door zijn rode terreur een rivier van bloed liet vloeien in Rusland en omstreken. Ik moet denken aan Ozymandias, het beroemde gedicht van Percy Bysshe Shelley, over de vergankelijkheid van alle menselijk streven. En hoogmoed.
In Georgië, en zeker op het landgoed van de adellijke Alexander Chavchavadze, willen ze Lenin liefst zo snel mogelijk vergeten, en dus proberen ze zijn grote, op de grond liggende hoofd te laten overwoekeren door klimop, zodat het niet meer zichtbaar is. Waarschijnlijk is het te zwaar om weg te voeren en wat doe je er dan mee? Klimop dus. Om de zaak vooruit te laten gaan, hebben ze er een soort van rieten staketsel overheen gezet, zodat de klimop sneller alles kan bedekken met de mantel der vergetelheid. Lenin. Overwoekerd door klimop, zeg. Omdat hij het niet waard is om naar te kijken. Wie had dat kunnen denken?
“Uitspuwen? Daar doen wij hier niet aan mee!”
Na ons bezoek aan de gevallen ideoloog en revolutionair is het tijd om ons met ernstige zaken bezig te houden. En dus stevenen we de wijnkelder binnen. Daar wacht de uitgeruste uitbater ons op achter een batterij van zes flessen. Drie witte, twee rode en een fles chacha, spul van 42 graden gemaakt van de schil van de wijn. Zoals grappa, in Italië. Zijn naam is Rezo. “Niet Rosé!”, buldert hij, verrukt over zijn eigen grap. Rezo toont ons in een flits een spuwbeker voor de proeverij, maar hij zet hem in hetzelfde gebaar weer onder het aanrecht: “Daar doen wij in Georgië niet aan mee!”
De wijnproeverij is eigenlijk voor toeristen. Verwacht hier geen diepere inzichten (tenzij u alle flessen voor uw neus daadwerkelijk uitdrinkt, natuurlijk). Een half uur later zijn we weer buiten, goed gelachen en goed gevuld met rode en witte wijn.
Het moet zijn dat deze zegening Frank wat overmoedig maakt, want amper buiten kondigt hij aan:
“Ik ga met mijn drone over die villa en het park vliegen.”
“Zou je dat wel doen?”
“Natuurlijk! Ik vlieg over die bomen daar, die zijn zeker zeventig meter hoog.”
“Zot! Die zijn nog geen vijfentwintig meter hoog.”
“Ah, ja, sorry, hier staat het op mijn hoogtemeter: 21 meter.”
Daarna volgt het uitvouwen van de drone-propellers, een hevig gezoem en even later hangt de drone al hoog in de lucht. De volgende minuten hoor ik hem bij het besturen van de drone achtereenvolgens voor zich uit mompelen:
“Zwak signaal.”
“Blokkage.”
“Boven de dertig meter!”
“Oei, een boom.”
En tot slot: “Los erover!”
Nadat hij met bravoure de drone heeft teruggehaald van het vijfhonderd meter verderop gelegen Radisson Hotel, laat hij hem vlak voor zijn voeten landen. Oefening baart kust.
Wijn in de grond
De volgende dag is het tijd voor een ernstig bezoek aan een wijnmakerij. Namelijk de Dakishvili-wijnkelder van Vita Vinea. Die is eigendom van de familie Dakishvili, gerund door Giorgi en Temuri, die elk hun eigen wijngaarden hebben. Samen zijn ze een van de grootste Georgische wijnproducenten, maar stel u daar geen gigantische hoeveelheden bij voor, want ze hebben tien hectare wijngaarden, goed voor een productie van enkele duizenden flessen, waarvan 90 procent wordt uitgevoerd naar de VS. Dat komt omdat de Georgiërs zich na een boycot van hun wijnen door de immer sympathieke Russische buren op Amerika gingen richten voor hun export. De kleine hoeveelheden zorgen ervoor dat veel flessen een handgeschreven nummer dragen.
Sinatra
Om 11 uur hebben we afgesproken met Ana Teleda, die ons zal rondleiden in de productie-eenheid, een kilometer of zeven van Telavi, waar de wijnmakerij van Telada Orgo is gevestigd. Dat is vroeg voor een wijnproeverij, maar hey, ik houd me de woorden van Frank Sinatra voor ogen: ‘I feel sorry for people who don’t drink, because when they wake up in the morning, that’s the best they’re gonna feel all day.’
Bij aankomst staat Ana ons al op te wachten en ze neemt ons meteen mee naar de plek waar de befaamde qvevri-wijnen worden gemaakt. ‘t Is te zeggen: waar die wijnen zichzelf maken. In de productiehal zien we een twintigtal ronde gaten in de grond, het ene al groter dan het andere, met daaronder aarden kruiken. Er ligt een glazen deksel op, waarover zand is gestrooid. “Sommige van die kruiken hebben een inhoud van 100 liter, andere van 2.000 liter”, doceert Ana.
Het komt erop neer dat, na het plattreden van de druiven in een grote houten trog, de hele brei in zo’n vat wordt gekieperd. Met stengels, pitten en schil erbij. “Daarna gaat de pot dicht en dat blijft zo voor twee maanden tot de gisting gedaan is”, zegt Ana. Ze voegt eraan toe dat de kruiken één van de geheimen van de Georgische wijn zijn: het moét Georgische klei zijn en de vaten moeten heel, heel proper zijn. “We laten ze zes maanden in water staan om ze te reinigen”, verzekert Ana ons.
Na twee maanden worden de stengels, de schil en de pitten uit de kruiken gevist: ze hebben voor een natuurlijke filtering van de wijn gezorgd. Nooit wordt er suiker toegevoegd. “Belangrijk is dat de wijn zeer helder is”, zegt Ana. “Nadien blijft de wijn nog een paar maanden in de kruik. Als we hem uiteindelijk op fles trekken, heeft hij de kleur van amber of is hij groen, afhankelijk van de druivensoort. Soms laten we hem eerst nog zes maanden trekken op eiken vaten, vooral de wijnen van de rode saperavi druif. Soms mengen we die saperavi ook met cabernet-sauvignon.”
500 druivensoorten
Nu is het tijd om te proeven. We nuttigen glazen van khatvitali, kisi (allebei wit) en later ook rode saperavi, allemaal gemaakt volgens de qvevri-methode. Zoals de voorouders het ook 8.000 jaar geleden al deden. Alleen zijn de wijnbouwers nu ingenieurs, die ook alle moderne technieken inschakelen.
Frank en ik vinden de wijnen van verbazende kwaliteit. Anders dan andere wijnen, maar niet minder lekker.
Vergis u niet: we proeven drie druivensoorten, waarvan kisi werkelijk oeroud is, maar in Georgië hebben ze 500 verschillende druivensoorten. Dat maakt dan ook dat zowat elke Georgiër zijn eigen wijn maakt. Thuis in de kelder. De kwaliteit daarvan varieert: als hij troebel is, is het boecht.
Omdat ik het niet kan geloven, vraag ik het nog eens uitdrukkelijk aan Ana. De Georgiërs staat bekend als stevige doordrinkers. In het sympathieke dorp Tsageri had de man bij wie we logeerden ons verteld dat zijn landgenoten, zeker in de Sovjet-tijd, vaak vijf liter wijn per dag dronken: “Ze begonnen er ‘s morgen aan en ‘s avonds waren ze nog bezig.”
Jaja, dacht ik, dat zal wel: een halve emmer!…
Maar in Tbilisi werd dat verhaal ons bevestigd. Ana: “Dat is maar al te waar. Veel Georgiërs gaan niet uit de weg voor drie liter wijn op een dag. Ze zeggen dat saperavi, op de qvevri-manier gemaakt, medicijn is. Dat is ook zo, maar dan één glas per dag!”
Na dit fascinerende bericht over de Georgische wijnteelt nemen we zelf ook nog een glaasje (weliswaar Franse) wijn als slaapmutsje – Op de gezondheid !!!!
3 liter Saperavi a day keeps the doctor away. Natuurlijk, als den doktoor ook zoveel drinkt geraakt die nooit bij zijn patiënten.
…. er zijn geen patienten ….