Bijna 2,2 miljoen mensen leven in Almaty, de grootste stad van Kazachstan. We rijden de stad binnen, nadat we ons een uur lang door een file hebben geworsteld, als gevolg van een ongeval.
De grensovergang van Kirgizië naar Kazachstan was een routineklus. In de Kirgizische hoofdstad Bishkek, waar we een dag en een nacht logeerden, hadden we de douanier die ons bovenop de Kyzyl Art Pass aan de grens van Tadzjikistan en Kirgizië nog had gemeld dat zijn computer not walking was, nog opgebeld. Hij had immers de beloofde formulieren in verband met onze motoren nog altijd niet verstuurd. Wonder boven wonder krijgt de receptioniste van ons hotel hem aan de lijn en hij zegt: “Ha, ik herinner me die kerels. Ik zal het nodige doen.”
En zowaar, tien minuten later arriveren de documenten op de WhatsApp van Frank. De computer van de douane is duidelijk weer walking.
Maar aan de grens met Kazachstan vraagt niemand naar die formulieren, de passage aan de grensovergang duurt amper een half uurtje.
Relax
Almaty is de meest westers aandoende stad van Centraal-Azië. Het stratenpatroon is uitgetekend in een raster van rechte straten, zoals in veel Amerikaanse steden. De stad werd in 1854 gesticht door de Russen, die er een fort bouwden. In Almaty liggen de bergen binnen handbereik, zoals in Vancouver. Aan de kim doemen de witgetopte reuzen van Zailiysky Alatau op, de meest noordelijke lijn van het machtige Tian Shan massief, dat zich verder uitstrekt in China. In de Tian Shan liggen de hoge passen die de reizigers van weleer over de oude zijderoutes namen. Vandaag is het hier in de winter uitstekend skiën.
Al dat bergwater dat naar Almaty vloeit zorgt ook voor een groene stad, met heel veel laanbomen en een massa fonteinen. Almaty geeft de bezoeker dan ook een relaxed gevoel: op een zondag is er weinig verkeer en de mensen kuieren er in de parken van de stad, waaronder het Panfilovpark. In het midden van deze groene oase staat de Christus Hemelvaartkathedraal. Die is helemaal van hout en heeft de kleur die fabrikanten aan hun snoepgoed geven: geel, roze en blauw. Ik woon er een deel van de orthodoxe dienst bij. Vooral vrouwen drummen rond de pope die de dienst leidt en het diepe gebrom van de orthodoxe gezangen is indrukwekkend. Na afloop verzamelen de gelovigen zich om het kruis dat de pope hen voorhoudt te kussen of met hun voorhoofd aan te raken.
Trendy
Almaty is met voorsprong de plek met de beste restaurants en hipsterkoffiebars van Centraal-Azië. Ze zijn vaak heel trendy ingericht en de koffie is er uitstekend. Winkels zijn er in overvloed. Ook alle grote Europese luxemerken zijn er vertegenwoordigd voor diegenen die het zich kunnen veroorloven. Als je het bruto nationaal product als waardemeter neemt, zouden er dat steeds meer moeten zijn, want op 15 jaar tijd verdriedubbelde dat in Kazachstan, met dank aan de opgedreven gasproductie.
De relaxte en ietwat gesofisticeerde sfeer in Almaty neemt niet weg dat er hier onderhuids wel wat ongenoegen sluimert. Zoals vorig jaar, toen de stad op stelten stond en zware rellen uitbraken omdat de regering de prijs van de lpg – waarop de helft van de stad rijdt – verdubbelde. President Tokajev beloofde toen ‘zo hard mogelijk’ in te grijpen. De demonstranten werden vervolgens keihard aangepakt en kregen vaak jarenlange celstraffen, want betogen is verboden in Kazachstan.
Achter de schermen trekt oud-president Nursultan Nazarbajev (30 jaar lang president) nog altijd aan de touwtjes. Hij is een groot supporter van Poetin, maar in Almaty lijken ze met de sterke man helemaal klaar. “Hij is een macho en een man van het verleden”, zegt een vrouw die mij aanspreekt in een koffiebarretje, wanneer ik haar vraag naar de rellen van vorig jaar. “We willen meer vrijheid. Zoals jullie in het westen.”
De etnische mix in de stad is groot: 65 procent Kazachen, 20 procent Russen en de rest kleine minderheden van Oezbeken, Oekraïners en Duitsers. Raciale spanningen zijn er niet: het zijn allemaal Kazachen.
Frank en ik zijn het erover eens dat we ons nergens in Centraal-Azië ook maar een moment onveilig hebben gevoeld, niet overdag, niet ‘s nachts. En zeker niet in Almaty.
Noordwaarts
We maken ons in ons gehuurde appartement in Almaty klaar voor onze rit richting de Russische grens, dat is zo’n 1.200 km. Voor het eerst sinds lang rijden we dan niet meer naar het oosten, maar naar het noorden. De temperaturen zullen vanaf nu naar omlaag gaan. Het is sinds Georgië geleden dat we nog eens regen hebben gezien, maar in Almaty is het zover. Plots besef je dat het heerlijk is om de regen over de bladeren van de bomen die de brede lanen van Almaty afpalen te horen ritselen. Als je maar lang genoeg in de hitte hebt gereden, begin je te verlangen naar een Belgische zomer.
Hoe groot de stad echt is, valt ons ‘s anderendaags op, wanneer we naar de Yamaha-dealer rijden om een extra binnenband te kopen.
Daarna worstelen we ons door het verkeer de stad uit en rijden naar Taldykorgan, een stad op zo’n 140 km van Almaty, op de weg naar Rusland. Dat gaat via een autostrade zonder ook maar één putje. Aan onze rechterhand krijgen we een magnifiek panorama van het Zailiysky Alatau-massief, dat als een lange, witte hanenkam de horizon aflijnt.
De weg loopt in lange, rechte stukken. Soms passeer je een heuveltop en gaat het uitzicht bovenaan over de eindeloze steppen zó ver dat je de kromming van de aarde aan de horizon kan zien. Net alsof je op de oceaan in een hoge mast van een schip zou kruipen.
Gezelschapsdame
In Taldykorgan vinden we een prima onderkomen in het Apart Otel, en vlakbij is een kareokebar/restaurant waar we worden verwelkomd door een flink aangeschoten vrouw, die bij elke klant probeert of er iets te versieren valt. Ze is niet onaantrekkelijk en ze heeft een vrijpostige vrolijkheid over zich wanneer ze bij ons aan tafel aanschuift, willen of niet. Ze heeft kort haar en zwarte ogen, die netjes geschminkt zijn, en een pruilmondje. Zowat een half uur lang kleppert ze er in het Russisch op los. Wij antwoorden in het Nederlands. Een dovemansgesprek is het, echt opschieten doet het niet. Wanneer onze steak ter tafel verschijnt, moeten we de uitbater van de zaak vragen of we zonder haar vrouwelijk gezelschap kunnen eten. De vrouw begrijpt het onmiddellijk en verhuist zonder morren naar een andere potentiële klant, die haar direct afwijst en dan is er weer een ander tafeltje dat haar aandacht verdient.
Vanaf Taldykorgan gaat het de volgende dag in één lange rit van meer van 500 km naar Ayagoz, een saai ogend oord in de Kazachse steppe, waar we spartaans logement vinden aan 10 euro per kamer in een hotel naast de hoofdweg. Ergens in een nabijgelegen kelder is een bar/restaurant ingericht dat tevens dienst doet als karaoketent. De zaak wordt gerund door een viertal jonge meisjes. Ze slagen erin ons een deftige steak te serveren, maar die is amper van ons bord verdwenen of het viertal geeft aan een dj de opdracht om keiharde Kazachse rapmuziek te spelen. Ze nemen daarop alle vier op de dansvloer plaats en leven zich uit terwijl ze tegelijk op hun smartphone kijken. Autisme op zijn best.
Nadat we op die manier uit het restaurant zijn buiten gespeeld, valt ons oog tijdens een avondwandeling door Ayagoz op een kroeg die het opschrift ‘Laura’ draagt. Laura is de twintig amper voorbij, maar weet wat ze wil: op vakantie naar Turkije. Rusland kan voor haar de pot op: “Leve Oekraïne!”, klinkt het.
Achteraan in de zaal lijkt de vrouwengilde van Ayagoz te verzamelen. Maar dat verandert als er een dj verschijnt en de vrouwen op de dansvloer plaats nemen. Erger nog: ze sleuren ons er ook op. Hoog tijd voor uw dienaar om zich uit het strijdgewoel terug te trekken.
Explosief stadje
Semey ligt in het noordoosten van Kazachstan en het is onze laatste bestemming in dit enorme land. We rijden de hele dag in de regen. De baan is prima, maar er wordt aan een nieuwe weg gewerkt en dat zorgt ervoor dat we vaak langere stukken onverharde weg moeten nemen, zodat het niet echt opschiet.
Terwijl ik meestal over het landschap staar en uitkijk of ik niet een zeldzame saiga-antiloop kan spotten, is Frank op zijn motor druk aan het werk: hij filmt, checkt de buitentemperatuur en ook die van zijn motor, kijkt op zijn gps naar de route en naar cafés. De ene keer rijdt hij in mijn wiel, het andere moment is hij plots verdwenen en valt de verbinding in onze helmen uit omdat hij iets interessants heeft gezien om te filmen, of de batterijen van zijn camera wisselt.
Zo passeren de uren en uiteindelijk bereiken we tegen valavond Semey, waar we een appartementje hebben gereserveerd in een woonblok. Zo kunnen we onze was nog eens doen. Appartementen zijn gezellig om een paar dagen in te verblijven, ze geven je het gevoel van ergens thuis te komen. En je kan er ‘s ochtends spek bakken in een pan.
Semey heette vroeger Semipalatinsk. Dat was het oord dat de Russen hadden uitgekozen om er tussen 1949 en 1989 niet minder dan 456 nucleaire bommen te detoneren. Van dat totaal waren er 16 bovengronds, de rest gebeurde in tunnels. Met alle gevolgen van dien voor de bewoners van de regio, die de fallout daarvan over zich kregen. Hoge kankerratio’s en misvormingen waren tot lang na de proeven het lot van de omwonenden.
De meest beruchte van die ontploffingen vond plaats in 1965, toen de Sovjets er niet beter op vonden dan een atoombom te gebruiken om de droge bedding van de Chagan rivier voor overstromingen te behoeden. De nucleaire knal zorgde voor een krater die de rivier moest afdammen tijdens het smelten van de sneeuw in de lente. Het meer dat daaruit ontstond, heet tot vandaag ‘Atoommeer’. Dat is nog eens de koe bij de hoorns vatten, vindt u niet?
Na de onafhankelijkheid van Kazachstan zorgde president Nazarbayev er in 2007 voor dat de stad een andere naam kreeg, zodat de negatieve connotaties van al dat nucleair geknal niet meer direct aan de stad zouden kleven.
Dostojevski’s huis
Of er veel te zien is in Semey zelf? Niet echt. Terwijl Frank op ons appartement aan de filmpjes bij deze serie blogs werkt, bezoek ik er het museum voor Schone Kunsten waar een hele serie landschapsschilderijen tegen de muur hangt, samen met portretten van lieden uit de 19de eeuw. Daarna begin ik een zoektocht naar het huis van Fjodor Dostojevski, de schrijver van ‘Misdaad en Straf’ en van de ‘De Gebroeders Karamazov’. Een gigant van de Russische literatuur. De Gebroeders heb ik ooit een vastgenomen in de bibliotheek, maar al vlug terug gezet, omdat het zo’n kolos was. Maar nu ga ik dus het huis van de grote novelist bezoeken in Semey, of all places.
De houten woning in het oudere stadsdeel van Semey is het enige huis dat de schrijver in zijn leven ooit bezat. Ernaast is nu een museum gebouwd dat drie keer zo groot is als het huis van de schrijver zelf, maar je kan de oorspronkelijke woning ook bezoeken en het bureau zien waaraan Dostojevski zowat de klok rond schreef.
Dat hij hier überhaupt terechtkwam is een verhaal op zich. Want wegens zijn socialistische sympathieën werd hij in 1849 gearresteerd en tsaar Nicolaas I beval dat hij met een paar medestanders voor het vuurpeloton moest komen. Dat ging gebeuren op een plein in St.-Petersburg, maar de tsaar, die wel van een grapje hield, had besloten dat het om een nep-executie zou gaan. Nadat de gevangenen met een redelijk hoge hartslag weer van het plein werden afgevoerd, kreeg Dostojevski zijn ware straf te horen: vier jaar strafkamp in Omsk, in Siberië. Na zijn vrijlating in 1854 moest hij daarenboven nog vijf jaar dienen in een Siberisch infanterieregiment. Dat was gelegerd in Semipalatinsk, nu Semey dus. Dankzij een vriendschap met de Russische baron Wrangel kon de schrijver zijn positie verbeteren en uiteindelijk ook een volledig houten huis kopen. Hij woonde er twee jaar. In Semey werd hij ook verliefd op Maria Isaeva.
Führer
Bij mijn aankomst in het museum stoot ik op een verschrikte dame aan het onthaal. Ze weet zich duidelijk geen raad met de buitenlandse bezoeker en zegt uiteindelijk: “Sprechen Sie Deutsch?”
Nadat ik ‘Jawohl!’ heb geroepen, haalt ze er een assistente bij. Die tikt op de vertaal-app van haar telefoon: “Kommst du ohne Führer zurecht?”
Nou, gezien de reputatie van de enige Führer die ik ken, kan ik niet snel genoeg “Aber natürlich!” antwoorden. Daarop stuurt de vrouw aan de balie mij moederziel alleen het museum in. En daar bestudeer ik nu het portret van Maria Isaeva, het lief van Fjodor. Gelukkig ziet ze er niet uit, eerder een beetje ziekelijk. Ze stierf in 1864 aan tuberculose, zo meldt het bijschrift naast de foto.
Deadlines
Dostojevski verhuisde uiteindelijk naar St.-Petersburg, waar hij toch nog de liefde vond bij een jonge stenografe. Die had hij ingehuurd om hem te helpen bij het halen van de onverbiddelijke deadlines die zijn uitgevers hem oplegden bij het produceren van zijn boeken. Want zoals de meeste schrijvers van die tijd verkeerde hij constant in geldnood. Het is dan ook tekenend dat boven Dostojevski’s bureau hier in Semey een Franse regulateur hangt, de wandklok met slinger die hem eraan diende te herinneren dat het vooruit moest gaan.
Sommige dingen in het leven van schrijvers en journalisten veranderen nooit.
Eindelijk een beetje tijd om te recupereren na lange en erg vermoeiende dagen. Almaty is inderdaad een mooie en moderne stad, dat bewijzen de prachtige foto’s. Rust hadden jullie zeker verdiend!
Doen alsof je thuis bent … de was, de plas, een comfortabel beddeke, spek en eieren. Jullie hebben blijkbaar serieus wat “sightseeing” gedaan en ook eventjes een beetje “de bloemekes mogen buitenzetten” … 😉
’t Ja … en Dostojevski en zijn gebroeders Karamasov en andere beroemde schrijfsels … Mijn moeder heeft me die leren waarderen en daar ben ik haar nog altijd dankbaar voor.
Mercikes Marc voor zijn mini-biografie 🌼 Wie schrijft die blijft …
Op naar de Russen …
Ferm …
Verlof zonder wedde … Moet ge dat eerst thuis vragen?
Of rechtstreeks bij de werkgever en het nadien thuis vertellen, samen met het heuglijke nieuws dat ge ineens ook terug nen Ténéré aangeschaft hebt???
😳🙈😂😉